Tom Jones - Praise & Blame PDF Afdrukken E-mail
Albumreview
door PJ Symons   
dinsdag 27 juli 2010 14:41

Weg zijn de zonnenbrillen met ingelegde diamanten en zwarte haarverf en toch wint Tom Jones aan kleur. De onderbroeken die op hem naar het hoofd geslingerd worden mogen dan elk jaar groter worden, de Welshe stem bewijst met Praise & Blame waarom hij nog steeds tot de Groten mag gerekend worden. Wanneer Cultus belooft een breed spectrum aan te raken, mag u dat ook heel letterlijk nemen.

 

Praise & Blame was de laatste weken al een hot item in de pers maar, zoals dat gaat, om de verkeerde redenen. In een gelekte e-mail tekende David Sharpe, vice-preses van Island Records, op dat het een verschrikkelijke plaat was: “Beeld je in hoe groot mijn verbazing was wanneer ik vanmorgen het kantoor binnen wandelde en een soort kerkliederen hoorde – het leek wel zondagochtend. Mijn plezier werd echter al snel walging wanneer ik vaststelde dat het Tom Jones was die de liederen zong! Ik hoorde net de plaat in haar geheel en vraag me af of het een of andere zieke grap is???”

 

Feit is dat Sharpe hiermee zichzelf tot grap van de dag maakt als banale, pafferige platenbaas in ditto kostuum die gewoon ‘meer van hetzelfde’ verwachtte. “Nadat we hem bij EMI weg gelokt hadden, was de deal dat hij een plaat zou afleveren vol upbeat songs naar het voorbeeld van Sex Bomb en Mama Told Me,” protesteerde Sharpe. Sta mij toe u daarvoor te verachten, mister Sharpe. Ziet  u, Jones poogde de laatste vijftien jaar een soort groovy, coole opa van de pop te zijn – en verminkte zich zo tot een soort muzikale komedie. Zijn laatste plaat, 24 Hours uit 2008, zag hem werken in het Nu. Samen met hippe producers probeerde hij een hippe plaat te maken, en dat mislukte. Maar met Praise & Blame verwierp het Welshe wonder eindelijk de haarverf, de berg ondergoed op het podium en alle andere clichés om een plaat te maken met hart en ziel die bewijst waarom Jones nog steeds tot de allergrootsten mag gerekend worden. Een Johnny Cash’ke doen, heet dat in het jargon.

Tom Jones

 

Die stem – het definieërt Tom Jones. Vergeet alle toeters en bellen, wanneer hij vanuit de dieptes van zijn longen uithaalt, worden alle Sex Bombs opgeborgen. Wat Praise & Blame zo sterk maakt is dat de ruwheid ervan rechtstreeks bewijst dat het de briljantie van Tom’s stem viert. Opener What Good Am I, een Dylan-cover, is een bijvoorbeeld een donker nummer waarvan het spaarzame instrumentarium bewijst dat het werd opgehangen rond die stem. If I Give My Soul (gepopulariseert door Johnny Cash, naar wie dit hele album wat doet denken) is al even sterk in nederigheid en Jones doet erin het verhaal van een tragisch leven vol hartverscheurende oprechtheid met “If I give my soul, will my son love me again? If I give my soul to Jesus, will she take me back again?”

 

Voor zij die op zoek zijn naar vintage, upbeat Tom Jones – vrees niet – hij verfoeit een hoger tempo niet helemaal op Praise & Blame. Strange Things, een cover van Sister Rosetta Tharpe, is een boogie die noopt tot twisten en meezingen met zijn gospel-achtige vocals. Didn’t It Rain en Run On klinken beiden als een furieuze Jerry Lee Lewis, mocht die voor een kerkkoor staan en over spiritualiteit zingen.

 

Verdere hoogtepunten zijn de smakelijke cover van John Lee Hooker’s Burning Hell, die klinkt alsof Jones gromt over een riff van Seasick Steve, en het ongelofelijke Nobody’s Fault But Mine met een angstaanjagende feel die wat doet denken aan Raising Sand van Robert Plant en Alison Krauss.

 

Het komt erop neer dat Tom Jones, 70, met dit album eindelijk volwassen is geworden. Vandaar dat ik Sharpe’s woorden er even bij stak omdat ze niet verder van de waarheid konden liggen. Tom kon geen betere move maken dan Praise & Blame. Hij mixt talking gospel, blues, country, folk en klassiekers in een soulvol, sfeervol album. Ouder worden in stijl, het bestaat.

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: