En we schilderden 'Clapton=God' op de muren PDF Afdrukken E-mail
Albumreview
door PJ Symons   
dinsdag 09 november 2010 08:22

44 Jaar nadat de muren van Londen beschilderd werden met de mythische woorden ‘Clapton=God’ naar aanleiding van zijn samenwerking met John Mayall en diens Bluesbreakers, is dat moment opnieuw aangebroken. Op zijn 19e studioplaat die toepasselijk Clapton getiteld werd heeft slowhand diezelfde goddelijke status opnieuw bereikt.

 

Clapton (de plaat) kwam al in september van dit jaar uit maar het had tot nu de tijd nodig om zich volledig te nestelen in de kloppende kamers van ons hart. Mijn liefde voor Clapton was altijd grillig: ofwel zou ik zijn platen uitroepen tot het beste ooit geschreven (Bluesbreakers With Eric Clapton) of deed ik ze af als lelijke kitsch voortgebracht door een man die tevergeefs hip wilde zijn door hier en daar een platte en boerse synthesizer toe te voegen (August). Zo kabbelden de laatste tien jaren ook als een Ardeense rivier die zo nu en dan en enkel in een bocht voor enige diepgang zorgde. Riding With The King uit 2000 klonk muzikaal al even straf als haar hoesfoto: Clapton en B.B. King op de achterbank van een Cadillac, wat moet een mens nog meer hebben? Me And Mr. Johnson, zijn ode aan Robert Johnson is zonder meer de mooiste renditie van Johnson’s zo korte opnamecarrière ooit gemaakt. The Road To Escondido met JJ Cale was nog eens een machtig ambitieus project maar sloeg er niet in de belofte ten volle in te lossen. Maar nu met Clapton serveert hij opnieuw een uppercut uit Blackie, zijn zwarte Fender Stratocaster.

Clapton=God 

 

Alleen al het lijstje notoiren is indrukwekkend: zijn jonge gitarist Doyle Brahmall II die tegenwoordig wel eens een song durft schrijven, JJ Cale opnieuw, godenkind Derek Trucks, Allen Toussaint, jazz-icoon Wynton Marsalis, Kim Wilson van The Fabulous Thunderbirds, zijn goede vriend Steve Winwood, Lynn Mabry van Sly & The Family Stone en ja, ook Sheryl Crowe. De plaat start met een vuile en daarom weer lekkere cover van Lil’ Son Jackson’s Travelin’ Alone en wekt een beetje het idee dat Clapton ook niet zou misstaan tussen de zo beminde goorheid van de Fat Possum-negers. Het is op z’n minst een idee. Met nog covers van Snooky Pryor en Lane Hardin blijft hij noest zijn roots eren, waarvoor wij hem dan op onze beurt weer eren. Clapton schreef zelf slechts mee aan Run Back To Your Side en het doet vermoeden dat hij op 65-jarige leeftijd genoegen heeft genomen met zijn sterktes: het beroeren van snaren en zijn amandelen laten flapperen. Toegegeven, Wonderful Tonight en Watch Out For Lucy waren zijn nog steeds schoolvoorbeelden van perfect geschreven songs maar in retrospect op zijn volledige carrière eerder lucky shots. Clapton was altijd beter in het herwerken of performen van iemand anders’ song.

Besluit? Clapton is een plaat geworden die lekker en verfijnd aanvoelt maar tegelijk een Clapton laat zien die zich met motorolie heeft ingevet tegen de winter van zijn leven. Moest u een dezer dagen in de straten van het Antwerpse die zo gevleugelde woorden op de muren lezen: ik zit er voor niets tussen.

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: