(Black) Stone Raiders in Petrol 14/1 PDF Afdrukken E-mail
Live
door Administrator   
zondag 15 januari 2012 07:15
Een gitarist die al samenwerkte met onder andere Miles Davis, Pharaoh Sanders, Elvin Jones, Roy Haynes en Jack Bruce, de bassist van de Stones die al sinds ’93 de plaats van Bill Wyman bezet en een Buddy Rich Jazz Masters Award winnende drummer die vooral gekend is van zijn werk met Living Colour maar ook schnabbelde bij Wayne Shorter, Public Enemy, B.B. King en (weeral) Pharaoh Sanders. Op papier is dit een powertrio waar liefhebbers van zwarte muziek spontaan een ontiegelijke erectie van horen te krijgen die de gemiddelde Ardense adder met een napoleoncomplex opzadelt. Nog meer: zaterdag stonden ze in Petrol.
 


Black Stone Raiders
 


Ze heetten Black Stone Raiders maar wensen vanaf heden gewoonweg Stone Raiders genoemd te worden. Malcom X-iaanse frustraties? Of gewoon een slimme truc om ook de immer aimabele stonerrockfans aan te trekken? Feit is dat Stone Raiders als vlag nog minder de lading dekt dan Black Stone Raiders. Maar dat is uiteraard allemaal bijzaak en slechts als heads-up dat, wanneer hun plaat binnenkort uitkomt, u onder de ‘S’ moet zoeken en ze dus geen vak zullen delen met Black Sabbath en Black Stone Cherry.


Toegegeven, de Pharoah Sanders albums mét gitaar zijn ver van de sterksten en ook zijn bijdrage aan Amandla van Miles Davis hoeft niet tot diens beste werk gerekend. Toch:  door halfgoden als Sanders en Miles gevraagd worden is een adelbrief die slechts weinigen kunnen voorleggen. Jean-Paul Bourelly kan dat wél.


Toegegeven, eigenlijk zijn de Stones al bijna twintig jaar vier oude, blanke mannen die teren op hun (uiteraard geniaal, fantastisch, uitstekend) verleden en behoort een bassist niet echt tot de officiële opstelling. Of heeft u al eens een neger op een flyer van de Stones gezien? Toch: Darryl Jones staat onze geliefkoosde opa’s al sinds 1993 live en soms in de studio bij en weet hij nostalgie te kruiden met een subtiele funk.


Toegegeven, buiten de op elke goedkope hardrockverzamelaar verschijnende song Cult Of Personality heeft Living Colour ons maar matig kunnen boeien. Toch: door onder andere op High Life van Wayne Shorter te drummen, bewees Will Calhoun van meer markten thuis te zijn dan de pseudo-funky zwarte hardrock.


Hoe kan het dan dat ze al jammend vervallen in een Cream-achtig powertrio dat het zelfs met minder soul moet stellen dan Clapton, Baker en Bruce? Waar de livefilmpjes op Youtube (officieel beeldmateriaal of een single zijn nog niet beschikbaar) een vooraanstaande rol voor een hoogst indrukwekkende bass en een bijwijlen gracieus doorheen melodieën kletterende drum beloven, speelde in Petrol Bourelly’s gitaar de absolute hoofdrol. En dat viel uit als een domper op de feestvreugde.


De funk bleef in de kleedkamer en werd opgepompte light blues. De opgepompte light blues (wat wil dàt in godsnaam zeggen? Luister even naar iets van Eric Bibb of Ana Popovic) maakte op zijn beurt plaats voor – de horror! – twaalf maten. 12 maten. Twelve bar. De absolute nachtmerrie van mensen zoals ik die een onwaarschijnlijke liefde voor de blues koesteren, zolang die maar het niveau overstijgen van Schele Fred met de mondharmonica en Nonkel Fons met de dobro die elke dinsdagavond van 7 tot half 9 (maar het kan ook later worden) het beste van zichzelf geven in Café De Roos aan de grote baan. Maar dat is dus het probleem van twaalfmatenblues: of het nu gespeeld wordt door Nonkel Fons of de gitarist van Miles, het zal altijd een beetje hetzelfde klinken. En in dat steegje durfden de Stone Raiders zich al eens vastlopen.


Mijn excuses als het er begint op te lijken dat het allemaal kommer en kwel was: dat was namelijk niet zo. Wanneer de teugels (al dan niet ingeoefend) werden losgelaten, grepen ze alle drie om ter gretigst de kans om hun virtuositeit te etaleren. Bourelly durft in zijn solo’s wel eens iets te nadrukkelijk naar de band van zijn drummer te hinten maar de van hoog naar laag slingerende baslijnen van Jones lokken al eens kortstondige trances uit waar Jaco Pastorius, Willie Dixon en Les Claypool zich samen over één hals lijken te bewegen. Bovendien was (eerlijk waar!) Calhoun’s drumsolo misschien wel hét moment van de avond.


Licht gemengde gevoelens dus over deze jamband annex powertrio annex supergroep. Toch: we smachten naar hun debuutplaat en de volgende keer dat ze ons land aandoen, staan wij wederom te schuimbekken ergens links van de P.A.. 
 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: