Headbanger Face Rip: Helmet (29/3) en Napalm Death + Black Breath (30/3) in Trix PDF Afdrukken E-mail
Live
door Ronny Hellevorst   
zaterdag 31 maart 2012 04:35

Een veel te lang verslag van twee sublieme avonden in het pittoreske Trix, tot nader order de ultieme thuishaven voor het ons zo geliefde schorem dat zijn gitaren graag luid, zijn drums strak en zijn bas overdonderend groovy heeft. Al gold dat laatste niet per se in deze twee specifieke gevallen. Bloed dat met subtiele druppels uit de oren vloeit (ondanks oordoppen, en fuck you madam de minister) en nekspieren die na afloop dienst weigeren: getekend Helmet, Black Breath en Napalm Death. Waarvoor dank.

 


 

Een semi-leek zou denken dat, gezien de gemene deler razende gitaren en een te schillen appeltje met De Maatschappij is, ongeveer hetzelfde soort nozems donderdag en vrijdag hun gading zouden vinden. Niets bleek minder waar. Terwijl Helmet uitkeek op een aardig gevulde grote zaal vol ‘doodgewone’ mensen (het soort rockfan dat bij de gemiddelde passant niet meteen beelden van scalperingen en rituele slachtpartijen oproept), trokken Napalm Death en Black Breath een beduidend zwarter publiek aan. “Mor tzen allemoal schattekes zenne menier,” zoals mevrouw Rita altijd zegt terwijl ze Jupiler in blik verkoopt aan de Graspop-gangers die voorbij haar garage lopen. Rita doet daar elk jaar overigens gouden zaken, maar daar gaat het nu niet om. Maar we weten allemaal hoe kostbaar heerlijk koude kwaliteitspils kan zijn (aan een schappelijke prijs bovendien) na een warme dag vol in de zon stervende plastieken bekers waar alleen een licht opgedroogde rand doet vermoeden dat wat er in zat ooit een goudkleurig uit de fijnste hop getrokken brouwsel was.

 

Meantime 

 

 

Ja, het is Page Hamilton en een zoveelste rist huurlingen en dus nee, het is niet de toenmalige line-up die de twintigste verjaardag van de legendarische plaat Meantime kwam vieren. En ja, Hamilton sukkelt wat met zijn gezondheid, was door longproblemen niet honderd procent goed bij stem en heeft tegenwoordig zelfs een verpleger mee op tour. Maar het grote voordeel van Page Hamilton is dat hij helemaal Page Hamilton is. En een Page Hamilton, die laat zich niet ketenen door iets banaals als zijn gezondheid. En al zeker niet als hij de arena in moet voor een publiek dat er voor het overgrote deel al in ’92 bij was.

 

 

Want dat zag je: het klinkt nog steeds te fris en het rockt te hard om in de nostalgieschuif gestoken te worden, maar echt veel nieuwe en jonge zieltjes lijken Hamilton en co sindsdien niet gewonnen te hebben. Ikzelf maakte in ’92 nog absurde schilderijen met vingerverf terwijl dikke Bert naast mij met het snot uit zijn neus sijpelend het geduld van de kleuterjuf op de proef stelde door voor de vierde keer die dag glorieus in zijn broek te zeiken. Maar enkelen van mijn generatie hebben, god zij geprezen, ook het geluk gehad dat een nonkel biker ons van op zijn Harley toe brulde dat Nu Metal crap is en die onnozelaars alles geleerd hebben van Page Hamilton en dan vooral het sublieme Meantime.

 

 

 

Na wat opwarmend vulsel – ok, ‘So Long’ was best in orde – joeg Hamilton zijn band naar zijn magnum opus en werd Meantime van achter naar voor gespeeld. Logisch als je weet dat de strafste tracks – Unsung, Ironhead en In The Meantime de plaat openen. Iedereen aanwezig zal en moet beamen dat Helmet nog steeds verdomd strak zit. De ritmesectie toonde zich een meedogenloze machine, gitarist Dan Beeman dreef de riffs keer op keer in het nauw en Hamilton scheurde de beste solo’s die we hem ooit zagen spelen uit zijn instrument terwijl hij ondanks die ziekte de longen uit zijn lijf schreeuwde. Het klonk wat schor, maar so fucking what? Na Meantime volgde nog een bisronde, die we echter met een half oor vanuit de bar hebben gevolgd. Page had ons op dat moment al alles gegeven, en dat volstond.

 

 

Dag 2 van de madness dan, en tot onze verbazing stonden Napalm Death en co niet in de grote maar de kleine zaal. Het is natuurlijk niet je doordeweekse soort metal waar je ook en zelfs bij funky hipsters kan scoren (die lopen, zoals altijd, huilend weg dan) maar voor een band die grindcore zo goed als uitgevonden heeft en bovendien enkele jaren geleden op het übermetalfestival Wacken op de Main Stage net voor de headliners stonden, verwacht je toch een aardige opkomst.

 

 

Maar met alleen de die-hards aanwezig is het eens zo plezant natuurlijk. Die die-hards lieten zich van hun beste kant zien door elkaar te overtreffen in onleesbare opschriften op shirts. Doorheen de jaren en als verwoede fan en liefhebber van elk soort subgenre dat de metalwereld rijk is heb ik me aardig bekwaamd in het ontcijferen van black en death metal opschriften maar wat de grindcorebands van misselijkmakende quatsch op hun shirts pleuren is hors categorie. Een pluim voor de grindcorebands dus.

 

 

Opwarmers Kadavrik, Tormented en Victims hebben we uit pure luiheid aan ons voorbij laten gaan maar het uit Seattle, Washington afkomstige viertal Black Breath wilden we voor geen geld ter wereld missen. Minstens wekelijks worden we nog koortsig wakker onszelf beklagend en vervloekend dat we hun ondertussen ongewoon legendarisch geworden optreden in De Rots vorig jaar gemist hebben. Wekelijks, en exponentieel stijgend naarmate het concert dichterbij kwam, werden we door de gelukkigen die daar toen wél aanwezig waren geteisterd met onwaarschijnlijke lofzangen op die ene avond. Hoog tijd dus om het met onze eigen ogen te zien.

 

Black Breath 

 

 

Hun debuutplaat Heavy Breathing beloofde al een apokalyptisch verschroeiende smederij van death metal, esoterische black metal en hier en daar een Slayeriaanse wandeling overheen de Satanic Scale, de door Beëlzebub zelf uitgekozen noten die niks dan onheil voorspellen. Waar de vier aanvankelijk nog wat sukkelden met te lange pauzes tussen de nummers werd de set naar het einde toe luchtledig gezogen tot het leek alsof de drummer de halsspieren van het gehele publiek aan hem geketend had met de vurige zweep van de Erinyen die onversaagd de Tartaros bewaken. U neemt allicht onderwijl aan dat wij ver heen moeten zijn als er met de Griekse mythologie gestrooid wordt, maar vleselijke superlatieven schieten te kort om een band van dit kaliber te beschrijven. Dat we voor het concert al zowel de cd als de vinyl van hun nieuwe plaat Sentenced To Life tegen een hoogst schappelijke prijs kochten bewijst ons onvoorwaardelijke vertrouwen in Black Breath, maar het wil helaas ook zeggen dat de nieuwe songs nog onvoldoende ingewerkt zijn in ons metalen hart om een vakkundig oordeel te kunnen vellen. Maar tussen ons gezegd en gezwegen: ook dat kwam aan alsof de driekoppige Kerberos met een forse kracht zijn hondenzaad op onze muil spoot.

 

 

Even de oren laten rusten, aan de fijne platenstand op een 7” van de Black Flag versie van Louie Louie (originele druk!) botsen (en het vervolgens van een fijne collega cadeau krijgen) en terug de pit in voor het voor de helft nog uit Birmingham schoffies bestaande Napalm Death. De twee Brits – bassist en voltijds monster Shane Embury en zanger en gediplomeerd keetschopper Barney Greenway – worden tegenwoordig (en al enige tijd, wist men mij te vertellen) met de uit de U.S. of A. afkomstige gitarist Mitch Harris en drummer Danny Herrera. Voor zij die in 1981 al een lidkaart hadden van de Napalm Death-fanclub (samenkomsten gaan 2 keer per jaar door, doorgaans simultaan met een anarchistisch getinte poging tot een staatsgreep) zullen Nik Napalm en Lee Dorrian de ultieme oerschreeuw van ND belichamen, edoch doet Greenway sinds ’90 a thorouhly fine job. Op de nieuwe plaat Utilitarian, bijvoorbeeld, waar de vier nog steeds oprecht en overtuigd razende extreme punks hier en daar worden bijgestaan door John Zorn. U weet wel: die weirde jazz dude die er de jongste twintig jaar hoogstpersoonlijk voor gezorgd heeft dat het scrotum van Lou Reed net niet helemaal verschrompelde tot een overjarige king prawn. Mick Harris en Zorn kennen mekaar natuurlijk (ok toegegeven: daar ben ik die avond pas achtergekomen) van het (maar ik heb me er ondertussen wel in verdiept) ronduit geniale Painkiller. Zorn was er, uiteraard, niet bij maar dat kon de vechtlust van ND op geen enkele manier beteugelen.

 

Nog steeds razend, met uitgerolde en strak gespannen middenvingers naar een gamma aan vormen van onrecht en erop in hakkend met wat nog steeds de brutaalste sound is die ooit door mensen geproduceerd werd. Net over de helft haakten wij af, de lokroep van de Trix-pils werd te groot, omdat wij Napalm Death bij voorkeur op plaat nuttigen en het live net een tikkeltje te extreem vinden – pansies die  we zijn. Maar laat dat uw oordeel niet aan het wankelen brengen: bij zij die het wél uitzaten en zich dus met terechte trots een Man mogen noemen, viel de rest van de set duidelijk enorm in de smaak. De schuimbekkende blikken en de met waanzin doorlopen ogen die implodeerden in een furieuze pit nadat orkestmeester Barney bisnummer Scum had aangekondigd bewezen meer dan ooit dat de lege troon (pun: anarchistisch) van de grindcore nog steeds door Napalm Death bewaakt wordt. In het aanschijn van de Meesters zijn spin-offs als Brutal Truth, Exhumed en Godflesh een bende kort gebroekte barbiepoppen die zich bezigen met muziek die troost moet bieden aan die allereerste menstruatiepijnen.

 

 

Hernia, whiplash en lichtjes uit het oor druppelend bloed zijn littekens die die twee avonden in onze ziel kerven, maar tijd om tot rust te komen is er niet want zondag is het Paganfest in Trix, woensdag komt het sublieme Om naar de AB en Zoroaster en Black Cobra Trix opwarmen voor de gelauwerde thuiskomst van Corrosion Of Conformity die met hun nieuwe plaat hun tweede adem vonden en – ondanks de afwezigheid van Pepper Keenan – naadloos aansluiting vinden met jong geweld als Red Fang, Cancer Bats en Black Tusk. Gaat dat zien!

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: