The Wrestler: worstelen om een comeback PDF Afdrukken E-mail
Ciné
door Wim Van Acoleyen   
maandag 02 februari 2009 06:00

Zeggen dat Mickey Rourke een woelige carrière gekend heeft, is een understatement.  In de jaren ’80 was de man een superster: met films zoals Angel Heart and 9 ½ weeks werd hij een gerespecteerd acteur bij critici, en een sekssymbool bij het grote publiek.

Enkele desastreuze keuzes later bleef van zijn reputatie niet veel over: in de jaren ’90 kon hij enkel nog flutrollen in geflopte films krijgen.  Zijn keuze om het acteren te laten voor wat het was en in de boksring te stappen was een gigantische flater: door enkele rake klappen bleef van zijn jongensachtige uiterlijk niet veel meer over.  Tegenwoordig gaat Rourke met een verwoest Botoxgezicht door het leven.

 

Darren Aronofsky ging het de laatste jaren ook niet voor de wind.  Zijn carrière begon goed: debuutfilm Pi werd een cultklassieker.  Opvolger Requiem For A Dream, een hyperkinetisch gemonteerde, hartverscheurende film over de gevolgen van drugsmisbruik, is ondertussen verplichte kost in scholen en lessen drugpreventie.  Maar dan sloeg het noodlot toe: halverwege de opnames van zijn volgende project The Fountain verliet hoofdrolspeler Brad Pitt de film.  De producenten weigerden het project verder te zetten zonder een grote ster, en de productie werd halfvoltooid stilgelegd.  Aronofsky liet het zich niet aan zijn hart komen: hij trok zich terug in zijn bureau, herschreef het script, en probeerde het een jaar later nog eens.  Helaas werd de visueel verbluffende parabel over een wetenschapper die probeert een geneesmiddel voor zijn stervende vrouw te vinden door zowel critici als publiek ongenadig neergesabeld.  Pretentieus gezwets, zo oordeelden de critici bijna unaniem.

 

 

The Wrestler is dan ook zowel voor hoofdrolspeler Rourke als regisseur Aronofsky een nieuwe start. Aronofsky breekt met zijn hyperkinetische stijl uit Pi en Requiem, en de prachtige beelden en de symboliek van The Fountain zijn ook nergens terug te vinden.  The Wrestler is een persoonlijke, rustige, eenvoudige film, die qua stijl meer aan de Dardenne-broers doet denken dan aan Aronofsky’s MTV-montage.  Ook het verhaal is eerder een Amerikaanse versie van sociaal-realistische Europese drama’s.

 

Randy “The Ram” Robinson is een professionele worstelaar die betere tijden gekend heeft.  In de eighties liet hij moeiteloos stadions vollopen – nu worstelt hij in schoolsportzalen en zaaltjes achterin cafés.  Zijn lichaam is volledig verwoest door het jarenlang gebruiken van anabole steroïden, zijn dochter negeert hem straal en het enige lichtpunt in zijn leven is een stripteaseuse die hem enkel als een klant beschouwt.  Als Randy na een bijzonder gruwelijke worstelmatch plots een hartaanval krijgt, besluit hij de band met zijn dochter terug aan te halen.

 

Het is moeilijk om geen sympathie voor 'The Ram' te koesteren.  Zijn gloriedagen zijn onherroepelijk voorbij, maar worstelen is Randy’s leven.  Zijn collega’s spelen een rol, en achter de coulissen eindigt voor hen ook die rol.  Bij Randy is het omgekeerd: zijn dagelijkse leven is een banale knoeiboel, hij leeft maar echt wanneer hij in de ring staat.  Wat The Wrestler zo hartverscheurend maakt, is het besef dat dit niet goed kan aflopen: dit is Rocky niet.  Professioneel worstelen wordt in scène gezet: hoe lang en gemotiveerd Randy ook traint, een match op topniveau kan hij gewoon niet meer spelen: hij is te oud, geen enkele organisator wil hem nog.  Die verkiezen jongere helden, waar het publiek zich mee kan identificeren.

 

De rol is Mickey Rourke op het lijf geschreven.  Zijn verwoeste gezicht, waaronder je soms nog een glimp van zijn vroegere charisma kan bespeuren, is echt dat van een worstelaar op retour.  Het lijkt wel alsof Rourke niet eens moet acteren: gewoon zichzelf zijn volstaat.  Op een bepaald moment verkondigt 'The Ram' dat de jaren ’90 fucking suckten: het lijkt wel alsof Rourke zelf aan het woord is. Het zou verbazingwekkend zijn als de acteur binnen enkele weken geen (verdiend) Oscarbeeldje in ontvangst mag nemen.

 

Het enige minpuntje in de film is de rol van Evan Rachel Wood.  Zij speelt Randy’s dochter, en haar dialogen zijn helaas verschrikkelijk slecht.  Dat is waarschijnlijk niet eens Woods schuld: de rol is gewoon slecht geschreven.  Je was er nooit toen ik je nodig had, roept ze bijna hysterisch, wanneer Randy probeert toenadering te zoeken.  Bijna elke zin die ze verkondigt is zo’n afschuwelijk cliché. Maar dat is dan ook de enige smet op het verder perfecte blazoen van een mooi, goed gemaakt drama. Rourke en Aronofsky zijn helemaal terug.

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: