De doorploegde slagader: Jotie T'Hooft & de Rolling Stones PDF Afdrukken E-mail
Flashback
door Stijn Theus   
donderdag 02 september 2010 08:07
In navolging van Humo, die schaamteloos het  Pecknold-Nash interview kopieerden uit Uncut, zijn we onze archieven ingedoken op zoek naar interessante dingen die we Humo-gewijs rippen en op deze site de wereld insturen. Geen houthakkershemden of meerstemmigheden van Crosby, Stills, Nash & Young of Fleet Foxes hier op cultus, maar doorploegde aders van Jotie T’Hooft op een Rolling Stones-concert in het Antwerpse Sportpaleis. Beter, vuiler en poëtischer, uit een tijd waar je nog zonder blozen een sigaret mocht roken en een spuit kon zetten.
DE VERWACHTING
De verwachting voor het konsert van de Stones was, dat dient niet gezegd, hooggespannen. Gezeten op de duozitting van 1750 cc zoefden wij sportpaleiswaarts, met lood in de schoenen zagen we het voorprogramma tegemoet, dat zoals we uit ervaring weten, MEESTAL loodzwaar, imkopetent en oervervelend is. Crackers, die door de Stones zelf waren geëngageerd, leverden een stukje kompetente muziek af, jongens die weten hoe het hoort, maar verder nogal karakterloos. Billy Preston, waar we in de film ‘Bangla Desh’ al een voorproefje zagen hoe hij tamelijk levendig over het podium stuiterde, bracht ook ditmaal een zeer eksplozieve sjoo, de pan uitswingend, waar engelachtige Mick Taylor, zeer beheerst op de achtergrond, nog wat lekkere Licks tegensmeerde.
DOORSPOELEN
Na een vrij lange pauze, waarin we snel even in het toilet onze egoos doorspoelden en met doorploegde slagaders terug ter zake keerden, daalden de goden zelf uit de hemel neer. In de duisternis scheen plots ’t licht, ‘Brown Sugar’ werd stevig stampend door alle aanwezige hoofden en onderbuiken gejaagd. Van in ’t begin sprong, huppelde, gleed en danste Mick heen en weer in zijn blitse pull, supersensueel aan de ritsjes en knopjes ingeremd, terwijl Keith Richard ook nogal energiek de snarenplank hanteerde. De rest was nogal onbeweeglijk, Mick Taylor speelde geconcentreerder dan ooit, en Wyman en Watts waren maf van het pingelen en het drummen.
‘Starfucker’ van hun laatste elpee, ondersteund door de gewetensvol werkende kopersektie, was opwindend als het bedoeld is. ‘Angie’ ging een beetje de mist in, spijtig natuurlijk, zelfs ondanks de pogingen van Billy Preston die trouwens de hele tijd het klavier bewerkte.
ALLES WAT JE WIL
Na het monumentale ‘You Can’t Always Get What You Want’ werd ‘Midnight Rambler’, op een alle superlatieven overtreffende manier de zaal ingewalst. Temidden van rook en lichteffecten, nog versterkt door de grote boven het podium opgehangen spiegel, mepte Mick Jagger met zijn grote riem het podium af, vulde een paar maal met zen gezicht alleen mijn netvlies, omkranst door sprankelende, wegzoevende stenen. Nog opgezweept door het op de weke delen gerichte ‘Honky Tonk Woman’ en het niet mis te verstane ‘Rip This Joint’, werden wij enigszins kompleet vernietigd door de magistrale ‘Jumpin Jack Flash’ versie, en ook de klapstoeltjes waarop onze van alle zelfontdane ledematen ronddansten zullen er niet goed van geweest zijn.
SUDDERENDE HERSENS
Het was met sudderende hersens en verschroeide oogballen dat we het sportpaleis verlieten, en we hadden nog heel wat tijd nodig om diverse waanbeelden, zoals daar zijn van kleur verschietende, rotterend prisma’s en heldere stralen fluoreserend blauw rond het vibrerende hoofd van Mick Jagger, te laten voorbij gaan eer we terug huiswaarts konden, nog lang niet moe maar kompleet bevredigd. Beste vrienden, 1 konsert van hoog muzikaal en psychedelies alooi nietwaar, waarop de Stones eenmaal andermaal bewezen hun naam niet gestolen te hebben.
Uit “Jotie T’Hoofd, Verzameld Werk” uitgegeven door Meulenhof/Manteau

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: