Bauhaus - In The Flat Field & Mask PDF Afdrukken E-mail
Flashback
door PJ Symons   
dinsdag 19 oktober 2010 07:50

In retrospect op de eerste twee, loodzwaar en gitzwarte platen van een band wiens sound als inspiratie diende voor een geheel nieuw muzikaal genre.

 


Hoewel Bauhaus vaak naar voor wordt geschoven als de peetvaders van de gothic, waren ze evenals hun naam – die verwijst naar het Duitse minimalisme – ver verwijderd van de overtollige decadentie waar het genre snel daarna mee overspoeld zou worden. Ze verschenen in de nastroom van de punk wanneer ontgoocheling vrij spel gaf aan de verwarde zielen, op hetzelfde moment dat PiL en Siouxsie And The Banshees zich overgaven ascetische experimenten. Maar deze vier Engelse heren legden hun eigen pad aan doorheen het puin door hun kunstschool-achtergrond te verenigen met een stevig voorstedelijke bewustzijn dat droomde van mogelijkheden waar ze zelfs niet van durfden dromen. Om dan zo ongehoorde dimensies te laten ontspruiten uit hun vezelig, zware sound. De uitstekende hitsingle Bela Lugosi’s Dead kwam eerst, maar het zijn vooral deze twee platen die hun status verstevigden.

Voor een debuutplaat klinkt In The Flat Field uit 1980 behoorlijk zelfingenomen en distilleert het alle invloeden tot een potent en rechttoe beeld van Bauhaus’ eigen universum. Bekendere bands deden daar veel langer over. In de tot de verbeeldingsprekende frontman Peter Murphy hoor je dan ook een soort monochrome Bowie in de tijd van Ziggy Stardust en je ziet een Iggy Pop wiens charisma wordt overgeleverd van dolle hond naar geplaagde ziel. Gebouwd rond skeletale en toch lichte grooves en spokende door gitaar gedreven atmosferen – van de geschraapte snaren op opener Double Dare tot de metronomische harmoniën die het punt maken op The Spy In The Cab – bevat In The Flat Field een serie eyeopeners met een klodder mystiek die toch een terecht beeld schetst van een der meest Spartaanse samenlevingen.

 

Bauhaus


Zonder wat van hun soberheid te verliezen, sloeg Bauhaus erin hun sound uit te breiden en minder teruggetrokken te klinken op opvolger Mask uit 1981. Ze klinken nog steeds als een soort nieuwsuitzending uit een dromerige plaats van ballingschap, maar dan wat stouter. David J’s bass gaat wat funkier klinken terwijl de klokslag-correcte grooves zich wat gaan baden in rondere atmosferen en in het aanstekelijke Kick In The Eye vinden we een hervonden toegankelijkheid terug die hen uiteindelijk ook naar de hitlijsten zal voeren.


Twee discs vol geschiedkundig belangrijke zwartgalligheid als een doordreven trip naar the dark side.


 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: