Sneeuwblind, potdoof. PDF Afdrukken E-mail
Flashback
door Christoffel Hendrickx   
donderdag 18 augustus 2011 22:27
De volledige cultusredactie zit nu uitgeregend te treuren op Pukkelpop en onze hoofdredacteur gaat er volledig uit zijn dak op een obscure chemische samenstelling. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een gastschrijver. Nachtraaf en straatpoëet Christoffel Hendrickx verblijdt ons met een persoonlijke verhaal waarvan alle overeenkomsten met bestaande personen of gebeurtenissen zijn uitgesloten. Alles begon met de woorden "ziende blind, horend doof"…
 
_______________________________________________________________________________ 
 
Sneeuwblind, potdoof. 
 
De nacht zit nog tussen mijn oren. Ik heb het mezelf weer moeilijk gemaakt, met te veel van alles wat ooit goed was. Nee, ik wil geen poeder meer en laat ook maar de planten groeien. Genoeg dagen opgeofferd aan het verwerken van uit de hand gelopen nachtavontuur, tijd voor nuttigere zaken, later toch, morgen dan. Vandaag de schermen aan en gekluisterd aan hun pixels, het paradijs van de lethargie, een strand vol lotusbloemen in rood groen en blauw, ogen die gewoon rechtdoor mogen kijken. ‘Paranoid’ van Black Sabbath dreunt met te weinig bas door de tv speakers; ‘Seven ages of rock’. Grootgebracht op mythes van cocaïneheldendom en door de vingers gekeken en gezogen thc-rook, kennen we de grenzen die in de geschiedenisboeken overschreden werden. 
 
 
 
Wat kan er voortkomen uit opgesnoven ego’s en uitgeblazen stress? Vooral de nood om niet langer gedoogde dopamine stimulanten te slikken, snuiven en inhaleren, maar iets anders te doen. Iets heilig, iets onderschat, iets waar de CIA eind jaren zestig over loog dat je er gek van wordt en waar je sindsdien ook echt gestoord van kan worden. Zodra de bullshit in de ether van het collectieve bewustzijn zit, wordt het harde realiteit. Maar je weet dat je beter weet, dat je alles aankan, je angst over boord gooien, de wereld door nieuwe ogen zien, de bergtop bereiken om te beseffen dat er enkel meer ijs en rotsen zijn aan de andere kant. Je denkt aan Sisyphus. Je ziet hem, hij laat de rots even liggen, zet zich er bij neer, denkt eens heel diep na. Het moment is buitensporig duidelijk en lijkt eeuwig te duren. Dan staat hij recht en zo snel dat je het niet kan visualiseren springt hij over de klif aan de steilste zijde van de berg. Spanning opgebouwd? Ja, hij blijft met één hand hangen. Alles wat hij doet is even de diepte inkijken, zien hoe donker en vuil en hard en scherp het daar beneden is. 
 
De dag behoeft zijn daden. Ik zet het volume van mijn mp3 speler wat lager. Dat stond maximaal open om mijn hoofd te doen zwijgen. Er is al voldoende afleiding, mijn eigen gedachten zijn er te veel aan. Ik doof mijn sigaret, ze is niet op, maar het is te koud om langer in de schaduw aan het postkantoor te wachten. “Uw volgnummer is 87”, nog drie wachtende voor mij, alsof ik dat niet kon zien zonder lcd scherm en papierrol printmachine. De wereld is gemaakt voor bomma’s denk ik snel. Vergrijzing ten top gedreven als een modeverschijnsel, een manier om productontwikkelaars onophoudelijk aan het werk te zetten. Ik kan het mij perfect voorstellen, als de uitvinding van het verkeerslicht: Stel je voor dat er mensen zijn die zelfs niet meer kunnen zien dat er wagens aankomen en die dus een groen lampje nodig hebben om te weten wanneer ze kunnen over steken! Ja! Plan! Hoera! Geniaal! 
 
“Goedemiddag mijnheer” Ik herinner me weer hoe hatelijk ik het vind om als volwassene behandeld en aangesproken te worden. Ik probeer Peter Pan die als een gek achter mijn schim aanzit te vergeten en zeg met een gemeend enthousiasme; “halo daar! Ik kom een aangetekende verzending ophalen en doe er voor de grap maar tien van de nieuwste zegels bij!” Een vriend van me maakte ooit de mop dat LSD in de winkel verkrijgbaar zou zijn en dat de kassierster er niet van zou weten. Hij had dan een hele resem van analogieën met postzegels, karton, zuur en dagtrips klaar. Helaas ben ik zonder zijn gezelschap veel minder grappig. Ik heb een dikke enveloppe van de grootte van een CD in mijn handen en wandel naar huis alsof ik net een kind gevonden heb. Mozes in zijn mandje, Jezus in de stal, als er maar veel gefonkel en zachtheid bij komt kijken. 
 
 
 
Thuis haal ik een CD van “kinderen voor kinderen” uit de verpakking en neem een halve minuut de tijd om daar gevuld met humor en lachen bij stil te staan. Dan neem ik de cover weg en daar zie ik het: een mooi vel van twintig fietsertjes tegen een groene bergachtergrond. Mr. Albert Hoffman, ik wou dat ik hem gekend had. Met de voorzichtigheid die gewenst is haal ik het vel uit de CD doos en berg het meteen op in een klein doorzichtig stripzakje van uitzonderlijk groot formaat en dat steek ik in een houten krat die bestemd is voor dat soort illegale en minder illegale zaken van geestverruiming en sfeerzetting. Meteen testen? Ben je gek. Niet alleen heb ik het spul al vaak genoeg getest, het is een doorsnee weekdag en één van de weinige redenen dat ik mezelf nog normaal durf noemen is omdat ik mijn psychonaute experimenten in het weekend of op verlofdagen plan, of op zijn minst ’s nachts. Natuurlijk zodra het juiste moment gekomen is, zal ik mij er niet van weerhouden om deze uitstekende handelswaar als een echte wijnproever te degusteren en er een mooie dag lang mijn zelfanalytisch vermogen en energetisch kunnen mee op de proef stellen. 
 
In een moment van rust baden vage beelden van afgelopen trips als geuren en kleuren voorbij. Ik zie heel heldere sneeuwvlokken die stilhangen als sterren en als een caleidoscoop met fractale verhoudingen een 2D prentkaart vormgeven. Ik zie behangpapier dat van de muren druipt als smeltende chocolade, roest dat luchtbellen in het ijzer van de auto’s eet, planten die als handen het asfalt inpalmen, papegaaien in de kleur van cd spiegeling, watervallen in huiskamerschaduwen, een spectrum dat opstuift uit de vibratie van klankschalen, mannen met baarden die stenen verleggen op een sterrenkaart, de ogen van zielsverwanten die onbegrijpend naar me kijken… Mijn verleden zijn de kortverhalen tussen de trips door, waarmee ik romans kan vullen. 
 
 
Christoffel Hendrickx © 2011
 
Het leven is simpel: Je kiest je climaxen, je vergeet ze, je herinnert ze, je herensceneert ze, je herbeleeft ze en je vergeet ze opnieuw. Dit doe je zo vaak je lichaam het dragen kan, met of zonder hulp van magische planten of spirituele chemicaliën; je pleegt een rituele zelfmoord. Je lichaam is een zelfmoordmachine. Of je het wil of niet, of je in god gelooft of niet, of je er bewust mee omgaat of niet, iedereen eindigt als een opgeloste bruistablet, als voeding voor een schimmel zoals we er zelf één zijn. Elke cel zal je verbanden, elke droom tot bloedens toe najagen, je erin vastbijten en er je botten aan verrotten. Tot het zo ver is heb je het vlees van water en de spanning van je zenuwen als speelgoed en levenskompaan. Kortsluiting, golfslag, tinteling, oplossing, wisselstroom, testbeeld, je maakt het allemaal mee. Ik vraag me af of ik het karton te lang heb aangeraakt. Ik ruik er nog even aan. Ondanks de geurloosheid van de substantie zelf merk ik toch vaak een lichte zeepgeur op. Misschien willen laboranten in drugslabs erg propere handen, ofwel maken ze voor de grap blotters van geparfumeerd papier. Ik kan alleszins geen bodyshop meer voorbij zonder te denken aan goede zomers, kampvuren, boswandelingen en veel te lange nachten. 
 
Ik staar door het raam, de zon is uitzonderlijk fel. Buiten het licht loopt een jonge Marrokaan voorbij met een hasjjoint tussen de lippen en rood doorlopen ogen, richting vzw op de hoek. Hij mompelt een lied zonder zijn mond te openen. Ik hoor alleen: “binnenkort een lsd-ritueel, binnenkort trippen in wonderland, binnenkort de binnenkant van de maan herontdekken, binnenkort de osmose van het mos weer zien, binnenkort thuiskomen in het portaal van mijn droomwereld, binnenkort een kleine stap zetten richting afgrond, om er dan weer van weg te geraken.” Ik ontwaak in mijn dagdroom. Sisyphus zet zich weer rechtop, kijkt naar de grond, de rots rolt af de berg, misschien hij er achteraan, denkt hij. De BBC documentaire is inmiddels bij Nirvana uitgekomen, in één kogelschot van heroïneangst gedaan met de rock en zijn goden. Ik kan maar beter wat nuttigs gaan doen.

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: