De favoriete platen van Jokke Schreurs PDF Afdrukken E-mail
Interview
door Jeroen Van Alsenoy   
woensdag 29 april 2009 09:38
Artikelindex
De favoriete platen van Jokke Schreurs
pagina 2
pagina 3
Alle pagina's

Gypsyjazz is hot, en Jokke Schreurs is één van de beste Belgische vertolkers van het genre. Op zoek naar waar hij de mosterd haalde zochten we hem op. Tijdens ons gesprek vervangt Jokke de snaren van zijn gitaar en foetert hij dat de kleurencode van die snaren na dertig jaar plots is veranderd. De perfecte setting voor een gesprek met iemand die leeft voor de muziek.

De favoriete platen van Jokke Schreurs 

 


Schreurs: Als je op zoek bent naar cd’s moet ik je teleurstellen. Ik heb er wel een paar maar ik zet ze eigenlijk nooit op. Het is een cliché, maar geef mij maar vinyl.

 
Je hebt liever dat krassende geluid van platen?

 
Het is niet zozeer dat. Ik vind een plaat gewoon veel mooier en warmer klinken dan een cd. Veel mensen zeggen dat dat niet zo is. (nadrukkelijk) Awel, ik zeg dat dat wél zo is. Mijn vader werkte vroeger bij Philips. (wijst naar een prachtige antieke platenspeler) Dat pickupke heb ik van hem gekregen. Ik speel er al mijn muziek op.

 
Veel gypsyjazz?

 
Ook ja. Maar ik ben pas na veel omzwervingen bij gypsy terecht gekomen. Mijn eerste muze was blues.

 
Vertel?

 
Ik spreek nu over mijn jeugd, hé. De vroege jaren ’70. Voor een jonge gast was het bluesmilieu enorm aantrekkelijk. Je zag de foto’s van die katoennegers. (wacht) Ik wil zeker niet oneerbiedig klinken, maar zo zag je het in die tijd. Voor de rest was het de tijd van de hardrock. Deep Purple, Led Zeppelin en dergelijke. Maar goed, blues vond ik veel interessanter.

 
Wie waren je goden?


 
Vooral de gasten die akoestisch speelden. Mijn eerste bluesplaat was er eentje van Blind Lemon Jefferson (wijst naar een oude plaat op de tafel). Die had mijn broer voor me meegenomen uit London. Toen wist ik nog echt geen fluit van muziek. Mijn ogen vielen open, jongen. Ik draaide die plaat grijs. Vanaf toen ging ik echt op zoek naar platen. Zo heb ik andere muzikanten als Robert Johnson ontdekt, maar zijn platen heb ik niet meer.

 
Waar kocht je in die tijd je platen?

 
Ik ben van Hasselt. Het was toen heel moeilijk om aan platen te geraken. Je moest naar Brussel, wat in die tijd het einde van de wereld was, of naar Londen, iets minder het einde van de wereld (lacht). Na een tijd kwam er een platenwinkel in Hasselt. Allé, eigenlijk was die er al, maar je moest hem ontdekken. Daar kwamen ze dan van heinde en verre op af. Om maar te zeggen, muziek was redelijk onbereikbaar in die tijd. Om een voorbeeld te geven: Mick Jagger en Keith Richards hadden toen ze begonnen allebei welgeteld één bluesplaat. Daar moesten ze hun inspiratie uit halen, iets anders was er niet. Daarna zijn die mannen in de kringen rond Alexis Corner gaan hangen, en toen kregen ze meer muzikale input. Hetzelfde gold eigenlijk voor iedereen. Wou je muziek, dan moest je in gespecialiseerde kringen rondhangen. Ook in discotheken vond je al eens iets. Daar stond de blues alfabetisch geklasseerd tussen de jazz. Daar vond ik dan Big Bill Broonzy en Big Joe Williams. Voor de rest was er welgeteld één radioprogramma met goede muziek.

 
Op radio 1?

 (Nadrukkelijk) Nee, op radio 2. Dat was in die tijd de zender met progressieve muziek. Radio 1 was enorm burgerlijk, en radio 3, dat was klassiek. Soms speelden ze daar ook wel eens jazz, maar daar werd dan enorm stijf over gedaan. Ze gebruikten kromme woorden als mondharmonicaïst en dergelijke. Ze deden ook geen moeite. De muzikanten werden vernoemd, en dat was het. En dan had je dus radio 2, met op woensdag een programma dat ‘losjes in de blues’ heette. Ik heb er nog altijd cassetjes van liggen.



 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: