De favoriete platen van Jokke Schreurs
De favoriete platen van Jokke Schreurs - pagina 2 PDF Afdrukken E-mail
Interview
door Jeroen Van Alsenoy   
woensdag 29 april 2009 09:38
Artikelindex
De favoriete platen van Jokke Schreurs
pagina 2
pagina 3
Alle pagina's


 
Waren die bluesmuzikanten voor jou, als beginnend gitarist, belangrijk?

 
Zeker, maar niet om ze na te spelen. Die gasten zijn steengoed. (zet een plaat van Broonzy op en geniet). Maar ze waren verstaanbaar en ze konden je ogen openen. Ik heb nooit veel van dat soort dingen gespeeld. Er zijn mensen die dat beter doen dan ik. Broonzy en Williams zijn mississippi-gitaristen. Mannen die volledige klanken kunnen maken. Zij slaan niet zomaar een ritme aan. Ze spelen drie registers tegelijk.

 

Een puur gevoel op snaren weergegeven?

 
Nee, vergeet dat maar. Voor muzikanten is muziek vooral techniek. Er komt natuurlijk gevoel bij kijken. Maar met gevoel alleen kom je er niet (enthousiast). Luister nu naar het gesofisticeerde spel van Big Joe Williams en realiseer dat er hier maar één man aan het spelen is. (legt Williams op). Hoor je dat? Deze plaat was echt mystiek. Duizenden keren heb ik ze gedraaid en ze een paar keer opnieuw gekocht. Die plaat is voor mij zonder enige twijfel het beste wat er in de delta-blues te vinden was.

 
Hoe kwam je bij de jazz terecht?

 
Ook weer via via. Ik heb uiteraard ontzettend veel naar Duke Ellington geluisterd. Jazzmuzikanten die het werk van Ellington niet op één of andere manier doorvlochten hebben weten volgens mij toch niet waar de klepel hangt (lacht). Duke is toch wel één van de grootste artiesten uit de jazz. En natuurlijk Coltrane, Miles, Charlie Parker. De eerste plaat die ik zelf maakte was trouwens een interpretatie op een suite van Ellington. Ze heette ‘A Drum is a Woman’.

 Was dat al met je trio?

 
Nee, ik en André Donni waren daarin de centrale figuren. André is een ongelooflijke mainstream saxofonist en klarinetist. Hij speelt Coleman Hawkins beter dan Coleman Hawkins zelf. (lacht) Met mainstream bedoel ik dingen als Duke, Count Basie en dergelijke. We speelden bijvoorbeeld de ‘Far East Suite’ zo dicht mogelijk tegen het originele arrangement aan.

 

We hebben het eigenlijk nog helemaal niet over gypsy gehad. Toch het genre dat je nu vooral speelt?

 
Ja. Ik had ook weer een lp gewisseld met een maat die er niets aan vond. Dat werd dus mijn eerste plaat van Django Reinhardt. Hij had die elpee destijds voor 200 Belgische Frank in de GB gekocht. Het was zo een verzamelaar van music for pleasure. Hij had van iemand gehoord dat Django zo’n goeie gitarist was. Dat vond hij dus zever, en ik vond het fantastisch (lacht). En toen kwam Waso.

 

Koen De Couter?

 
Voilà. En ere wie ere toekomt. Als er iemand Django in dit landsgedeelte terug heeft geïntroduceerd dan is het Koen De Couter. Punt. (Toont een plaat van Waso) Kijk, dit is Waso op zijn hoogtepunt, met Koen en Fapi Lafertin, die nog altijd gezien wordt als de grootste levende Django-vertolker.

 

Heb je met hen samengespeeld?


 
Met Waso als groep niet. Dat is een plaat van ergens in dejaren ’70. (kijkt op de cover) Van 1980, blijkbaar. Hoe dan ook, dat is van jaren voor ik gypsy speel. Ik ben pas in de jaren ’90 met mijn trio begonnen. Maar ik heb wel samengespeeld met iedereen die je op de plaat ziet. Onlangs nog een dubbelconcertje met Koen. Heel gezellig. De violist uit hun scene was blind. Hij woonde vlak bij me in de buurt.

 

Speelt hij nog vaak in Antwerpen?

 
Nee, want hij woont nu in Transsylvanië. (lacht)



 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: