Ambrassband: “Wij zijn geen gewone fanfare: wij durven ook wel eens te knokken” PDF Afdrukken E-mail
Interview
door Wim Van Acoleyen   
zaterdag 02 mei 2009 08:13
Artikelindex
Ambrassband: “Wij zijn geen gewone fanfare: wij durven ook wel eens te knokken”
pagina 2
Alle pagina's
Den Ambrassband is een Antwerpse Balkan/punkfanfare, gegroeid uit Antifare La Familia: een bende kraakpandpunkers die op een dag besloten een antifascistische fanfare op te starten.  Ondertussen zijn we bijna zeven jaar verder, en het zootje ongeregeld van weleer is zo mogelijk nog ongeregelder geworden – al spelen ze ondertussen een pak professioneler.  Zeven verschillende nationaliteiten op één podium: je hoeft er niet voor naar multiculturele geitenwollensokkenfestivals te trekken, de Antwerpse straten volstaan.  Een gesprek met frontman Gregor Engelen aka Gregor Terror (zie foto), over Grindcore, Goran Bregovic en gebroken vingers.

 

 Ambrassband interview Gregor Engelen Gregor Terror

 

Je komt uit de punkscene. Hoe ben je bij een fanfare terecht gekomen ?

 

Engelen: Ja, ik kom inderdaad uit de punkscene.  Ik hing vroeger veel rond op de Groenplaats en ik heb ook nog in een hardcorepunkbandje gespeeld. Daarna speelde ik een tijdje skapunkWe hingen rond met de punks in Scheld’apen, het kraakpand.  We hadden toen samen een film gezien, Underground van Emir Kusturica.  Daarin volgt een fanfare heel de tijd een gast terwijl hij vecht, zuipt en grieten versiert.  Dat vonden wij zo graaf dat we op een bepaalde dag besloten om een instrument vast te nemen en ook fanfare te gaan spelen.  Veel mensen konden nog een blaasinstrument bespelen van toen ze klein waren.  Die hadden al wel tien jaar geen instrument meer vastgehad, maar soit: zo zijn we erin gerold - we zijn gewoon met een punkfanfare begonnen.  Met de tijd is dat dan meer geëvolueerd naar een echte zigeunerbrassband.

 

Jullie spelen dikwijls gewoon tussen het publiek.  Vind je dat leuker dan op een podium staan?

 

Engelen: De organisatoren van optredens of festivals vragen ons tegenwoordig meer om op een podium te spelen, maar het is altijd leuker om tussen de mensen te staan.  Dan heb je meer contact met het publiek: je kan dan écht tussen de mensen staan.  Op een podium sta je echt ver weg van de mensen.  Ook qua sound geeft dat problemen: we zijn met dertien.  Dat is heel moeilijk om te regelen.  We hebben drie percussionisten en tien blazers: dan zijn we al snel minstens een uur aan het soundchecken.   We zijn het ook nog niet zo gewoon als podiumband: dat doen we niet elke week.  Een fanfare moet een fanfare blijven: fanfare, dat is op straat spelen.

 



 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: