The Magic Numbers zijn heel erg Grrr PDF Afdrukken E-mail
Interview
door PJ Symons   
dinsdag 22 juni 2010 06:47

Na twee critically acclaimed albums veroverden The Magic Numbers een veilige stek ergens tussen The Flaming Lips en Mercury Rev. En dan doen ze wat elke zichzelf respecterende poprock groep die geproefd heeft van het succes doet: zichzelf opnieuw uitvinden. Hun nieuwe plaat zwelt aan als een witte puist en ontploft dan in je gezicht met orkestraties van Nick Drake-goeroe Robert Kirby. Weg met het lo-fi indiesfeertje, enter pompeuze anthems die daarom niet minder intiem en meefluitbaar zijn.

 

  

Drie is blijkbaar het magic number want op The Runaway lijkt de puzzel te kloppen. Na twee zedelijk verwekte albums, is dit een van de melkboer. Nu ze hun droom een eigen studio te hebben in vervulling zagen gaan, stopten ze die gelijk vol met een resem vreemde instrumenten. “Romeo bracht plots een Ethiopische harp mee, het klonk als een soort Afrikaanse banjo: verschrikkelijk! Hij wilde het per sé op de plaat maar we hebben hem wijselijk van dat volgens hem lumineuze idee afgebracht.” Gelukkig lieten onze favoriete broers en zussen (sterf Jonas Brothers!) het muzikale aandikken over aan Robert Kirby, de man die onder andere Nick Lowe, Elvis Costello en John Cale voorzag van de nodige muzikale opvulling. Björk, múm en Bonnie ‘Prince’ Billy godenkind Valgeir Sigurdsson (geen familie van de vulkaan) werd binnengehaald om wat aan de knopjes te draaien, een man die in vergelijking met ex-producer Richard Wilkinson net dat ietsje meer voeling heeft met de muzikale actualiteit.

 

The Magic Numbers   

Jullie nieuwe plaat heet The Runaway. Waarvan lopen jullie precies weg? 

Romeo Stodart: Je kan ergens van weglopen, maar ook ergens naartoe. We voelen ons als groep bevrijd en fris. Het idee achter die titel is dat je niet precies kan weten wat komen zal. De songs gaan over slechte dingen achterlaten en antwoorden zoeken op existentiële vragen. Het is dus wel een beetje een ruw thema.  

 

Muzikaal gezien lopen jullie wel wat verder weg van jullie vorige plaat, The Runaway klinkt beduidend episch.  

Stodart: Bedankt om dat op te merken, we kregen vandaag al vaak ‘jullie gaan gewoon op dezelfde manier door’ onder onze neus geschoven. Maar inderdaad dikken we onze sound wat aan om het geheel wat epischer te laten klinken, zonder naar het bombastische AOR-gedoe te willen neigen natuurlijk. We zetten koers naar nieuwe horizonten.  

 

Wat wel telkens terugkomt is de liederlijke hartenzeer maar terwijl het eerste album nog enigszinds hoopvol was, leek op het tweede alle hoop verdwenen. 

Stodart: Juist, het was dan ook een erg verwarrende periode waarin ik mezelf en alles rondom mij in vraag stelde. Langs de ene kant hadden we enorm veel succes met de band, langs de andere kant voelde ik nog steeds een enorme leemte.  Men zegt wel eens dat het tweede album steeds het moeilijkste is om te maken, je blijft hoe dan ook toch wat hangen in die onderstroom van, sta mij toe in rockster-termen te spreken, succes. Vandaar dat het ook wat donkerder is, als een reactie op het bijna krijgen wat je wou, maar toch niet weten wat dat precies is. Of je voelt je nog steeds verkeerd begrepen.  

Angela Gannon: Je schrijft je hele leven aan je eerste plaat, maar slechts zes maanden aan die tweede. Voor The Runaway namen we dus even afstand van mekaar om alles even mooi op een rijtje te zetten. Dat maakt dat deze derde een perfecte foto is van wie The Magic Numbers nu zijn. Maar wie zal zeggen hoe we er binnen tien jaar uitzien? Wie weet zijn we dan wel een techno/hardstyle band.  

 

Nu je er zelf over begint, jullie zijn een klassieke band als in: bas, gitaar, drums. De laatste jaren grijpen almaar meer van dat soort bands naar beats en blips… 

Stodart: En ik hou enorm veel van die muziek, vooral dan de meer ambiente stuff. Het is net daarom dat we Valgeir Sigurdsson (o.a. Björk, Mùm, Bonnie Prince Billy) onder de arm namen als producer. Hij gebruikt het echte, natuurlijke geluid van onze instrumenten maar programmeert dat dan om als extra textuur te gebruiken in de songs. Hij vult onze sound wat aan.  Maar tegenwoordig zijn er zoveel bands die gaan werken met een snuifje dance, een teentje disco, een theelepeltje drum machines… De meerderheid verslikt zich dan in die zure cocktail van geprogrammeerde drums en sequencers.  

 

Dus The Magic Numbers ploegen op dezelfde manier verder? 

Gannon: Absoluut! Het is onze missie om het ‘live’ aspect alive te houden (knipoogt). 

Stodart: Neem nu The Xx, dat is ook met drum machines, maar de ‘drummer’ programmeert dat allemaal wel in real time. Dus er hangt nog steeds een zekere romantiek rond fysiek muziek maken, zelfs met elektronische instrumenten, dat geeft het iets menselijk.  

Gannon: Langs de andere kant, nog voor onze eerste plaat hebben we samen met The Chemical Brothers het nummer Close Your Eyes opgenomen. Terwijl wij dagen knoeiden aan één song, was het bij hun in de studio na drie uur volledig afgerond. Alles heeft dus zijn voor- en nadelen.  

 

Op de I See You, You See Me-single staat een cover van There’s A Light That Never Goes Out. The Smiths gebruikten popmuziek om de meest trieste dingen te zeggen. Nemen jullie de fakkel van hen over? 

Stodart: Morrissey en pakweg Leonard Cohen zijn voor mij pure comedians. Hun songs zijn ongelofelijk triest en toch enorm grappig. Er hangt een hele melancholische wolk rond maar ze geven daar dan een zekere draai aan zodat je je alsnog goed kan voelen bij de songs. Ik hou ook enorm van countrymuziek, die mannen staan met zo’n air op het podium. Zo van “yeah, ik heb al mijn geld vergokt, mijn vrouw is dood en mijn kat is gaan lopen, but it’s all good!” (lacht) 

Gannon: Neem nu A Singer Must Die van Leonard Cohen, hij zingt daarin: sorry for smudging the air with my song. Fucking briljant! Maar Cohen steekt dat droevige kantje zowel in zijn lyrics als in zijn muziek, wij proberen toch een beetje tegengif te bieden met de muziek.  

 

Stoort het jullie soms dat jullie moeten meezingen met Romeo’s liefdesverdriet? 

Gannon: Ik bekijk het zo niet. Wanneer je met een song meezingt, moet je trachten jezelf daarin te vinden. Wanneer het lukt je in dat nummer in te leven, voegt dat een extra dimensie toe die ook hoorbaar is. Ikzelf kan me maar moeilijk uitdrukken in songs dus het is erg cool dat ik naast Romeo kan staan om die song te ‘verdedigen’.  

 

Jullie deden ook wat backing vocals voor Ed Harcourt, hij wordt wel eens James Morrison met hersens genoemd. Wat maakt dat van The Magic Numbers? 

Stodart: Pff, goeie vraag. Trouwens, Ed zou daar total niet mee kunnen lachen, hij zou echt op je gezicht slaan. Hoewel hij het ‘met hersens’- gedeelte wel zou kunnen smaken. Maar ik denk dat hij zichzelf ziet als Tom Waits met meer soul of zoiets. Maar het is een moeilijke vraag, you tell us.  

 

Starsailor met hersens? 

Gannon: Ouch, dat doet gewoon pijn, man.  

 

Romeo, jij bent meegeweest met Damon Albarn’s Africa Express project, is The Runaway een soort Graceland door The Magic Numbers geworden? 

Stodart: God nee! Ik ben ook niet speciaal meegegaan om een muzikale wedergeboorte te ondergaan hoewel het een onvoorstelbare ervaring was. Maar ik denk niet dat wij als The Magic Numbers het ooit in ons hoofd gaan halen om een afrikaans album te maken. Dat zou gewoon gekunsteld zijn. Maar dat samenwerken met mensen als Amadou & Mariam is natuurlijk erg leerrijk.  

Kijk, het is onnozel wanneer je als band een afrikaanse plaat gaat maken nadat je welgeteld één week in Afrika bent geweest. Wat Damon deed was iets helemaal anders want hij heeft daar echt gelééfd Hij nam Afrika op maar stak er ook enorm veel Damon Albarn in. 

Gannon: Het is zeker niet zo dat Romeo de studio binnenkwam en zei: ‘Shaun, speel een Afrikaanse beat, Gloria laat die bas rollen zoals de malinesen en Angela neem een van die inheemse instrumenten vast die ik meebracht en zie wat je er mee kan doen!’ (lacht) 

Stodart: Ik had wel wat Afrikaanse instrumenten waaronder een Ethiopische harp… 

Gannon: die klonk als een Afrikaanse banjo. Verschrikkelijk (lacht).  

 

Jullie zijn allemaal samen naar The Cardinal Wiseman Roman Catholic Highschool geweest. Bij ons wil naar een katholieke school gaan zeggen: één keer per semester naar de kerk, leren en leuteren over Jezus en vervolgens daar geen crap om geven. 

Stodart: Bij ons eveneens (lacht). 

Gannon: Het is toch iets raar, zo’n strenge katholieke school. We krijgen daar dan R.E. (religious education), leren over andere godsdiensten maar op de een of andere manier slagen ze er toch in die steeds in een slecht daglicht te stellen. Langs de andere kant heb ik nog in een klooster gewerkt, er bleef dus toch misschien iets hangen.  

 

Hier in België krijgt de kerk het zwaar te verduren nadat een bisschop een jongetje heeft aangeraakt, het is dus niet zo dat jullie door meneer pastoor gevingerd werden? 

Stodart: Ik kan niet geloven dat dat een vraag is! Have you guys been fignered by any bishops lately?’ (komt niet meer bij)  

 

De droefheid in de songs moet ergens vandaan komen.. 

Stodart: De droefheid in de songs! (komt nu helemaal niet meer bij)  

 

Nu we het toch over misvattingen omtrent de groep hebben, in de pers ligt de focus vaak op het feit dat jullie broers en zussen zijn. 

Gannon: Pff, al dat gedoe van The Mama’s And The Papa’s van de 21ste eeuw, utter bollocks. Dat mensen daar helemaal in het begin op focussen kan ik nog begrijpen, maar na 3 albums mag de muziek toch stilaan gaan primeren. Als band, op tour, moet je dat gedoe ook laten varen. Mijn grote broer Shaun had wel wat moeite onder ogen te komen dat ik 25 ben en geen 2. 

Stodart: She can do whatever the fuck she wants (lacht). Ja, we zijn broer en zus, maar dat is toevallig zo uitgedraaid. En het werkt.  

 

Het gaat dus niet van ‘ze heeft mijn iPod gestolen’? 

Gannon: Het is meer van: geef mijn fles whisky terug! 

Stodart: Waarom denkt iedereen toch dat wij een knuffelig bandje zijn? Ik bedoel, wij zijn heel erg ‘grrr’! Als we dan toch over misvattingen rond de groep bezig zijn: het is niet omdat we nogal zachte muziek maken dat we ons niet als Spinal Tap gedragen. 

Gannon: Neem nu Ed Harcourt, hij maakt dé liefste en briljante songs, maar hij is een totale gek! Op tour liep hij gewoon naakt door het hotel, flying his helicopter (lacht). 

Stodart: Of die hardcore metalbands, dat zijn de meest introverte kerels die meteen na het optreden een karkade theetje drinken en gaan slapen. Zij steken die ‘grrr’ in de muziek, wij doen dat naast het podium.  

 

In The Mule zing je ‘why is it that you have to turn off all the lights before you hold me’. Nu, er is al veel inkt gevloeid over de fysieke verschijning van de band.. 

Stodart: Dat is één manier om die lyric te bekijken maar wat ik bedoelde was dat het moeilijk is om iemand te laten zien hoe je je écht voelt. Een beetje zoals kussen met je ogen open: dat wil je niet doen. Je sluit je ogen liever om je helemaal in het moment te nestelen.  

En de fysieke verschijning van de band… Er valt niets anders te zeggen dan: dit is wie we zijn en hoe we eruit zien. En we zijn gelukkig met onszelf. Het zou me pas storen als een artikel enkel focust op happy band, The Mama’s And The Papa’s en de fysieke verschijning zonder een woord over de muziek te reppen.  

 

Jullie verlieten het podium van Top Of The Pops, officieel luidde het dat dat uit protest was tegen het lipsynchen, maar er werd gefluisterd dat Richard Bacon jullie beledigd had (Bacon noemde hen ‘a fat melting pot). 

Stodart: Het tweede. 

Gannon: Het laatste wat je dan wil doen is optreden wanneer je in je achterhoofd constant denkt: ‘you motherfucker’. 

Stodart: We zijn geen circusact, hé! Waarom zouden we dat podium opgaan? Om een paar meer platen te verkopen? Wat erg cool was om dat zo vroeg in onze carrière te doen, is dat label, manager en iedereen rondom ons meteen wist dat we niet met ons laten sollen. We won’t be a performing monkey.

Fight the power! 

The Magic Numbers spelen op Les Ardentes

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: