Gonjasufi: Klootzak of Spirituele Leider? PDF Afdrukken E-mail
Interview
door Stijn Theus   
vrijdag 28 januari 2011 07:49
Gonajsufi is een klootzak. Als we de tourmanager mogen geloven tenminste. Hij was amper vier dagen op pad met het groepje ongeregeld. “Je kan echt nergens komen met die mannen. Overal vallen ze in affronten. Echt erg eigenlijk, maar ik doe dit nooit meer! Geen haar op m’n kop dat daar aan denkt!” Hij ziet er dan ook uit alsof hij in die vier dagen amper een oog heeft dichtgedaan en op regelmatige basis in zijn poep is gepakt door een groep gefrustreerde pornoacteurs met syfilis. Ik had voor het optreden in de Brusselse Botanique een bijzonder interessant gesprek met Gonjasufi, maar omdat interessant gelijk staat aan serieus, bekijken we de gebeurtenissen vanuit de ogen van een misbruikte Brit.
“Heb je dat gezien?” Ik ruk me los van de woorden van Dickens’ ‘A Tale of Two Cities’ en kijk in de opgezwollen ogen van een onderbetaalde tourmanager. Nog geen minuut geleden werd een opgefokte allochtoon aan de deur gezet door drie buitenwippers. Achter de deur een zelfverzekerde Gonjasufi die wat graag op het gezicht van de jongeman had geramd. “Zo is dat dus constant. Hij had niets te maken met de fight en sprong gewoon doodleuk tussen de vechtende gasten! Waarom weet ik niet. Misschien is dat zijn manier van een feestje bouwen?” De man is dringend aan een sigaret toe en vraagt me om een vuurtje. “Zonder nicotine had ik deze vier dagen niet overleefd.”
Buitengekomen doet hij een boekje open over de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Uit zijn woorden blijkt dat Gonjasufi en co gewoon geen fok geven om wat er rond hen gebeurt, laat staan wie ze tegen de borst stoten. “Gisteren probeerden ze verdomme mijn deur in te trappen! Ik had er gewoon mee moeten kappen toen het nog kon. Dit is geen rock ’n roll meer, dit is gewoon kut.” Zijn blik is die van een bezorgde moederkloek die het vertrouwen in haar kinderen is verloren. “De drummer is een verslaafde, probeer dat maar eens onder controle te houden!” Zijn woorden zijn nog niet koud – en het was verdomd koud in de kruidtuin – of hij wordt op zijn schouder getikt door de drummer in kwestie die daar met een vriendelijke allochtoon een joint staat te roken.
Drummer: “Hey man, ik ben net terug van het fuckin’ ziekenhuis! Ik heb verdomme de hele ochtend over en weer gelopen tussen dokters, banken en apothekers voor een portie Xanax.” De Xanax werkte blijkbaar lekker want over ons gesprek werd met geen woord gerept. De tourmanager kijkt met een blik van ‘daar heb je het’ en zegt tegen de drummer “Waarom weet ik daar niks van?” De drummer kan het allemaal geen reet schelen, drinkt van zijn pils en loopt naar binnen. Hij struikelt net niet over zijn benen en slaagt er merkwaardig genoeg in om met flaperende handen geen bier te morsen. De misbruikte Brit zucht en draait met zijn ogen. “Ik ben blij dat ik morgen terug naar huis kan. Ik heb dit echt nog nooit meegemaakt. Djeezes!”
Maar ergens is dát net wat de mannen siert. In een land als België, waar arbeiders en advocaten meer drugs gebruiken dan muzikanten, is het een welgekomen verfrissing om deze vrijgevochte zielen op het podium te zien staan. Het is hun manier om de woorden ‘Veni Vidi Vici’ in de praktijk om te zetten. Ze komen, kijken en laten de gepasseerde venue achter met een gevoel van ongeloof en surrealisme. Ze komen als een wervelstorm, op hun pad alles vernielend wat hen in de weg staat. Inclusief drumstel, dat er op voorhand al uitziet alsof het de tweede wereldoorlog net had overleefd. De simbalen lijken wel aangevreten door een tot nog toe ongekend beest dat metaal als ontbijt vreet. Later wordt duidelijk dat de drummer dat beest is. Bij wijze van een laatste bisnummer trasht onze favoriete junkie het drumstel tot er geen spaander meer heel blijft, een verbaasde Botanique achterlatend met de grootste “WTF!?” van hun leven. 
 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: