BIRDS THAT CHANGE COLOUR: "Warme, oprechte muziek" PDF Afdrukken E-mail
Interview
door PJ Symons   
dinsdag 22 maart 2011 15:21

Waar zijn Pink Floyd, The Incredible String Band, Bert Jansch en Midlake als je ze nodig hebt? Allemaal verweven in een psychedelisch folkweb dat Birds That Change Colour heet, zo blijkt. Melancholische psyfolk die het nooit nalaat om er een blauwe noot sixties pop in te steken. En dan hebben we u nog niet verklapt wie er allemaal achter dit kosmisch geniale collectief zit.

 

btcc

 


Creature With The Atom Brain-drummer Dave Schroyen, bijvoorbeeld. Of Bram ‘Moony’ Vermeersch. En bassist en soundgenie Christophe Albertijn. En achtergrondzang van Nathalie Delcroix. En… En vooral ook heel veel zanger en gitarist Koen Kohlbacher.


Mogen we Birds zien als jouw soloproject?

Kohlbacher: Dat was het, maar nu niet meer. Ik blijf de songschrijver en zanger maar Dave en Christophe – die overigens ook onze producer is – kwamen er al in 2007 bij. We zijn dus wel echt een band, maar mijn aandeel is natuurlijk wel groot in die zin dat het project al bestond voordat zij de groep vervoegden. Ik was gewoon erg blij dat ik wat vrienden vond om mee te spelen (lachje).


Jullie songs klinken in zekere zin vernieuwend omdat de sound die jullie zo prachtig ontworpen letterlijk ongehoord klinkt. Waren jullie op experimenteren uit?

Absoluut niet, maar de reacties nu zijn inderdaad wel dat we niet Belgisch klinken. Maar of het nu zo klinkt of niet, daar lig ik niet wakker van. Dit is de klank die wij voor ogen hadden en we zijn meer dan tevreden dat we die er ook hebben kunnen uithalen. We hebben muziekbibliotheken in ons hoofd die ons dirigeerden naar waar we soundgewijs wilden gaan, de vintage seventies sound van pakweg The Incredible String Band en hun producer Joe Boyd. In zekere zin is Christophe gewoon de Antwerpse Boyd. Hij haalde die klank er uit door micro’s anders op te stellen, te verplaatsen maar ook door de ruimte er bij te betrekken en alles levendiger en warmer te laten klinken. De ruimte waar mensen spelen, leven en ademen is een extra aan de sound. Het mag niet te kunstmatig klinken, je moet horen hoe de instrumenten met mekaar interageren. In alle warmte en oprechtheid. Muziek moet écht zijn, het gaat om het maken van muziek. Vandaar dat we ook in de studio live opnemen.


Aan jullie songs werken heel wat geronemeerde mensen mee, gaat het niet moeilijk worden om die ook telkens mee naar de optredens te krijgen?

Natuurlijk, maar dat gaan we ook niet proberen. Christophe, Dave en ik hebben zo lang met ons drieën gespeeld dat Birds ook zeker recht zal blijven zonder al onze vrienden erbij. In theorie mag het geen verschil zijn of we met drie of met vijf op podium staan. Het gaat om de songs, die we hoe dan ook toch muzikaal weten in te kleden. Bovendien zijn de akoestische gitaar en de stem min of meer het leidmotief van het soort muziek dat we maken.


Op Never Ending First Of May komt er plots een Middeleeuwse draailier voorbij.

En dat was een bewuste keuze omdat het nummer hunkerde naar zo’n instrument. De tekst gaat over duivels en demonen uit de Bretoense en Keltische folklore, thema’s die mij erg aanspreken. Die beesten, die mythische figuren komen daar ook in voor en de song gaat over een vrij psychedelische ontmoeting met die wezens. In de Bretoense cultuur en hun volkmuziek is die draailier ook een veelgebruikt instrument, dat bovendien heerlijk demonisch klinkt. Er zit iets dreigend aan en is eigenlijk weinig meer dan een drone, een enkele toon. Maar hoe langer je luistert en je in die toon gezogen wordt, hoe meer andere kleuren je er in begint te horen. De sound van die draailier klinkt als een monster dat getemd moet worden, heel demonisch, en past perfect binnen het nummer.


Is dat Keltische, Bretoense gedachtengoed de idee achter de Birds-muziek? Zit er überhaupt een idee achter?

Niet per se, nee. Die thema’s zitten gewoon in mij verkankerd en om de zoveel tijd vloeien die er uit. Er zit een heel nadrukkelijke hang naar mystiek en natuur in mij, en een heel pure manier om beide te beleven. Maar een concept zit er niet in. Dat zit gewoon in mij.

Het zijn vaak wel pastorale odes aan wat ik mooi vind aan het leven, en de natuur is daarin erg belangrijk. In een song als Woods zit helemaal mijn beleving van een bos in vervat: een bos is zoveel meer dan bomen, daar lopen vreemde, gevaarlijke mannen met baarden en bijlen rond en wolven die naar de maan huilen. Klinkt heel pathetisch als je het zo zegt, maar ik probeer te illustreren dat het zo’n heerlijk naïeve vorm van muziek maken is. De songs zijn op dat vlak heel erg naïef en eerlijk.


Ik veronderstelde bij de groepsnaam ook direct een zeker gebruik of misbruik van psychedelische hulpmiddelen?

Dat moet je zo niet interpreteren. Birds That Change Colour komt uit San Fransisco Blues van Kerouac. Ik was gek van dat stukje poëzie maar ik bleef altijd hangen bij die regel. Dan gebeurde er iets in mijn hoofd, die regel gaat over een moment waarop je al je gedachten kan uitsluiten en je totaal overgeven aan een state of mind die je niet kan vatten. Vanuit dat moment worden er bij mij ook songs geboren. Het gaat niet expliciet over vogels die van kleur veranderen. Je kan wel in een bos gaan liggen en zo lang naar de bomen staren tot de vogels van kleur veranderen. Dàt is het moment waarop liedjes ontstaan. Eerder het omgekeerde van een psychedelische roes, eerder een moment van totale klaarheid en helder bewustzijn. Ik koester dat en hoop dat Birds altijd op die manier muziek kan blijven maken. Misschien dat sommige mensen dat als naïef bekijken, maar die onbezonnenheid is heel belangrijk. Dat wil niet zeggen dat we het allemaal niet zo serieus nemen, maar het hart van de liedjes moet wel eerlijkheid blijven pompen.


Waarin ligt dan de psychedelische factor bij Birds?

In de jaren zestig werd psychedelica gekoppeld aan een roes en vrij experimenteren op verschillende vlakken. Maar ondertussen is die muziek zo geëvolueerd dat er ook op die nieuwe lagen kan verder gebouwd worden. Het hoeft niet meer per se om drugs of iets dergelijks te gaan. Zelfs de droomwereld die we allemaal kennen, die zorgt voor psychedelische visioenen, voor mij is dat het summum. Zelfs liedjes die heel erg braaf klinken kunnen die taferelen oproepen.

Ik ben eigenlijk gezegend met wat ik zelf het Wizard Of Oz-syndroom noem: als ik mijn ogen sluit en mijn hielen tegen mekaar klik, ben ik eender waar ik wil zijn. Dat is psy voor mij. Het gaat om de beleving. Ik zou eigenlijk mijn best moeten doen om niet psychedelisch te zijn, dat is als een soort nulpunt voor mij (lacht). Dat maakt het ook makkelijk qua songschrijven, ik moet er nooit ver naar op zoek gaan of ze uit mezelf sleuren, die zweven er al ergens rond. Nadien moet je ze natuurlijk wel gaan bijschaven, maar de zaadjes zitten er al allemaal in.


Je zou ook Schotse en Oostenrijkse roots hebben?

Laat ik dat verhaal meteen de kop indrukken: Schotse roots heb ik hoegenaamd niet. Dat ik ergens ver weg Keltische roots heb, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Anders zou ik me waarschijnlijk niet zo tot die zooi aangetrokken voelen. Ik heb wel een doedelzak thuis, wat ik een fantastisch instrument vind, maar een Schot ben ik niet (lacht).


Ik was er direct mee weg omdat je Engels nagenoeg perfect klinkt. Geen sinecure in België.

Toen ik zeventien was heb ik ook een tijdje in Engeland gewoond en ik hou erg van de Engelse taal. Die klanken, daar zit ook muziek in. Wat ik heel belangrijk vind in een song is dat de woorden en de muziek perfect samenvallen; mijn songs zijn zelden verhalend maar ik vind het wel heel belangrijk dat de juiste woorden bij de juiste melodie vallen. Als het droommoment voorbij is moet het mooi passen.


Is er van je Oostenrijkse roots iets blijven hangen?

Ja, veel eigenlijk. Zeker muzikaal. Ik ben opgegroeid met Oostenrijke volksmuziek. En veel mensen kennen dat niet of alleen maar de hoempapa. Maar die muziek is eigenlijk een heel mooie mengeling van melancholie van vrolijkheid. Dat heeft te maken met de akkoorden en toonaarden en dat spel van licht en donker van die muziek zit bijvoorbeeld ook in Mozart en Schubert. En dat zit ook in mij. Ik ben er van overtuigd dat dat ook met mijn roots heeft te maken. Ik hou van het donkere maar ook van rijke melodie. Er zit zeker genoeg schnitzel in mij (lacht).


Er is ook een zeker psy aspect aan die volksmuziek, dat spel met licht en donker.

Absoluut. Maar nog belangrijker is dat het zonder ego of pretentie is. Die oprechtheid is belangrijk voor mij. Er is niet te lang nagedacht over hoe het moet klinken en wat ze precies willen vertellen, het is een toestand van zen waarin ze muziek maken om de muziek. De echte volksmuziek heeft geen auteur, die liederen gaan al honderden jaren mee. Er zit tegenwoordig zoveel ego in de muziek en ik kan of wil daar niet aan meedoen. We zijn allemaal zot van folk en de field recordings van Lomax of Smith. Die staken gewone, letterlijk doodgewone mensen, een micro onder de neus zonder dat die zangers er ergens aan dachten dat ze bekend zouden worden. Of zelfs dat hun muziek op plaat zou verschijnen. Ze brachten wat ze te brengen hadden. En of die liedjes nu gingen over de oogst die mislukt of hoe ze hun meisje graag zien, die traditionals zijn zo sterk dat ze de persoon die het nummer zingt uitschakelen. Die nummers blijven ten allen tijde overeind. Dat die songs ook nog steeds gezongen worden is haast iets spiritueels, iets mytisch. Die nummers zijn het hoogste goed, ze overleven niet alleen hun schrijver, maar ook talloze interpretaties.


Is dat iets dat je als muzikant nastreeft, zo’n tijdloze traditional schrijven?

Eigenlijk niet. Ik heb er nog nooit over nagedacht. Ik ga vooral heel erg tevreden zijn wanneer ik mijn plaat kan vastpakken – en daar zit misschien wel wat ego in (lacht) – en die in de winkels kan gaan kopen. Wat ik misschien ook wel eens ga doen, gewoon maar om te kijken tussen welk goed volk we ons bevinden onder de ‘B’. Maar of men onze songs over honderd jaar nog zal spelen, daar twijfel ik sterk aan.


Wij eerlijk gezegd niet.

Birds That Change Colour stellen op 1 mei hun plaat On Recording The Sun voor in de Monty in Antwerpen.

Birds Myspace: http://www.myspace.com/birdsthatchangecolour

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: