NOSAJ THING: "Een koe laten klinken als een zeppelin" PDF Afdrukken E-mail
Interview
door PJ Symons   
dinsdag 11 oktober 2011 21:10

Aah Leffingeleuren. Als aanmeerplaats van heel wat muzikaal (en vaak ook jong) schoon weet het festival jaarlijks de fijnproevers richting Westhoek te trekken. Zo ook dit jaar. Jong Vlaamse geweld als The Hickey Underworld, Balthazar, Steak Number Eight en SX worden geprogrammeerd naast fijne internationals als glam-grunge koningin EMA, Crystal Fighters, Battles en laptopwizard Nosaj Thing. En die laatste haalden we voor onze microfoon.

 Nosaj Thing

Je mailt naar zijn promomanager in L.A. waarop die antwoordt dat een interview in orde is: “zeg maar gewoon dat het voor mij ok is.” Bon, artiest stalken en zeggen dat die kerel in L.A. ons gezegd heeft dat we een interview mochten doen. Nosaj Thing – het alterego van Jason Chung – vindt het uiteindelijk allemaal best. Hij is moe van de stomende set die hij net in Zaal De Zwerver gegeven heeft, maar ook ontspannen. Samen met zijn vriendin (die overigens de visuals verzorgt) trekken ze per trein op tour. Romance op zakformaat.

 

Zoals het een muzikant van zijn allure betaamt, lost hij de laptop, waarmee hij ook net op het podium stond, geen moment. Als invloeden haalt hij al snel mensen als J Dilla, Gaslamp Killer en Flying Lotus aan en het moet gezegd: ook Nosaj Thing zelf mag bestempeld worden als een van de groten uit de zogenaamde glitch-hop die dub-step met Warp-achtige soundscapes en een dikke scheut bass uit de hip hop combineert.


Ik heb gehoord dat je morgen een geheim optreden zou geven in Antwerpen.

Echt? Weet ik niets van (kijkt geheimzinnig). Laat ons zeggen dat ik overmorgen terug naar huis ga. Koffers pakken en terug naar L.A.


Je bent geboren in L.A., een plaats die wij vooral kennen van of gangster als The Game die patserig met een chromed-out Cadillac met hun lul staan te wapperen. Of glamrockers genre Poison en Mötley Crüe, die eigenlijk ook met hun lul staan te wapperen.

Wij wonen iets oostelijker. Het is er vooral heel erg rustig. Laidback is misschien een juister woord. Goed van eten ook, de brede wereldkeuken, zeg maar. Maar insinueer je nu dat ik wél of niet met mijn lul sta te wapperen?


Ik insinueer niks.

Ik doe mijn ding op podium. Met een laptop. Soms krijg je de commentaar dat je te zwaar de eikel staat uit te hangen als je wat meebeweegt achter je laptop, anders is het weer van ‘achter een laptop hoor je stil te staan’. (Steekt traag doch heerlijk theatraal zijn middenvinger op) En nog eens iets: voor hoe jullie Europeanen over jullie voedsel opscheppen, lijkt het verdacht moeilijk te vinden.


Dat meen je niet? Als er iets is waar België genoeg van heeft zijn het wel de uitstekende restaurants. Trouwens, heb je de catering van het festival al geprobeerd? Excellent.

Nee, we zijn hier te laat aangekomen. Maar ok, laat me mijn stelling bijschaven: het is verdacht moeilijk om hier lekker eten te vinden op je eentje. De straatjes zijn hier allemaal doolhoven. Als ik te ver weg van de backstage ga, ben ik altijd bang te verdwalen.


Laat ons eten en drinken want morgen sterven wij is een mooi Vlaams spreekwoord en dus: hoe is het naast het culinaire vlak op muzikaal gebied gesteld met de City Of Angels?

L.A. de City Of Angels noemen is écht passé, maar om op je vraag te antwoorden: uitstekend. In 2005 ongeveer heeft er zich een kleine scene gevormd rondom de club Low End Theory met als bekendste namen Flying Lotus, Gaslamp Killer en Daddy Kev. Maar ook The Glitch Mob, Daedalus… Een erg inspirerende omgeving om in rond te dwalen.


In reviews wordt je vaak vergeleken met FlyLo en Gaslamp Killer. Hoe groot was hun invloed op jou precies?

Heel erg groot. Gaslamp Killer is misschien wel de beste DJ ooit – en dat zeg ik niet omdat hij mijn vriend is. Terwijl FlyLo een inspiratie was op vlak van productie en de manier waarop hij het soort muziek waar wij ons mee bezig houden een beetje heeft gedemocratiseerd. Dat ik nu mee in hun ‘circle of trust’ mag evolueren is heel erg leerrijk. Ik denk dat er de wereld nog mooie dingen te wachten staat.


Terwijl FlyLo met zijn jazz-achtergrond heel erg veel met dat soort ritmes experimenteert, lijkt jij je daar tegen af te zetten.

Ergens zeker wel. Ik ben geen achterneef van Alice Coltrane, weet je (lacht). Tijdens mijn jeugd ben ik vooral op klassieke muziek gebotst. Door die composities te bestuderen en telkens opnieuw te beluisteren, ben ik er in geslaagd daaruit een elektronische variant te destilleren. Of dat probeer ik toch.


Wie is je favoriete componist?

Debussy. Of Chopin. Pianomuziek, basically. De emoties en melodieën, die krijgen me steeds weer een beetje week.


Moet ik je werk dan zien als klassieke muziek gemaakt op een laptop?

Eigenlijk niet. Ik ben vooral geïnteresseerd in klank. Spelen met sounds. Door een laptop te gebruiken kan je door een bepaalde soundscape zodanig te samplen het geloei van een koe laten klinken als een overvliegende zeppelin, dat vind ik erg interessant. Dat maakt van een laptop ook zo’n dankbaar instrument. In de studio dan toch.


Probeer je een emotie of een verhaal te vertellen met je muziek?

Dat is een aspect dat ik zelf ook mooi vind aan elektronische – of bij uitbreiding: instrumentale – muziek: je weet nooit wat de muzikant je precies wil zeggen. Ik weet het vaak zelf ook niet. Ik probeer mijn gedachten naar muziek te vertalen, dus soms zal dat een emotie zijn, soms een verhaal.


Hoe verloopt de tour?

Het is best vermoeiend eigenlijk. Op de ene plaats sta je ’s middags geprogrammeerd, op de andere is het pas showtime om vier uur ’s nachts. Daar komt nog eens bij dat we maar met twee zijn – Julie (Tsao, zijn vriendin) doet alle visuals.


Sterke, hippe producers als Zomby en Actress – mannen waarover gezegd wordt dat ze zo underground zijn dat zelfs hun vrienden aan hun bestaan twijfelen – trekken een zweem van onbereikbaarheid rond zichzelf op. Je weet nooit of ze komen opdagen of niet. Jij zit hier nu doodnormaal voor mij een interview te geven. Geen behoefte aan wat mysterie?

Dat zijn nu ook wel twee weirde voorbeelden die je geeft, die gasten zijn mental. Ik ben daar eigenlijk helemaal niet mee bezig. En eigenlijk interesseert het me ook wel wat mensen van mijn muziek vinden.


Geen beschermende hoodie voor jou?

Vroeger zeker wel. Maar dan vraag je je af wat de meerwaarde is van je gezicht te verstoppen. Misschien ben ik wel bang dat als ik zoiets doe, de mensen me daarop gaan afrekenen. Terwijl het echt wel om de muziek hoort te gaan. Soms fantaseer ik er wel over. Wanneer mensen je staan aan te gapen op het podium, bijvoorbeeld.


Je hebt je sterren vooral verdient als producer. Andere uitstekende producers als pakweg Floating Points zijn vaak bang om hun eigen stuff op het podium te brengen. Was dat voor jou een moeilijke stap om te nemen?

Eigenlijk niet, omdat dat voor mij meteen het objectief was. Dit is mijn muziek, dus dan speel ik die ook live. Welk nut zou het hebben muziek te maken om die dan niet aan het publiek voor te schotelen? Je krijgt Nosaj Thing die de muziek van Nosaj Thing speelt. Zo hoort het, denk ik.

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: