MIKE WATT: "Iggy is Sensei!" PDF Afdrukken E-mail
Interview
door PJ Symons   
vrijdag 04 november 2011 12:33

Dinsdag stond Mike Watt met zijn Missingmen nog in Trix en wij hadden het geluk hem even te mogen spreken. Nu ja, spreken… Laat ons het er op houden dat hij vooral zelf sprak en wij met eindeloos respect aan zijn lippen hingen. Mike Watt over fuckers, jazz, Iggy Pop, oude punkers en El Bosco.



Mike Watt

 




Hyphenated-Man heet zijn jongste plaat naar ‘hyphen’, verbindingsstreeptje. En zoals in alle songtitels één of meer streepjes zitten, verdient ook Watt zelf een veelvoud: Punklegende – uitzonderlijk bassist – oprichter van de Minutemen – The Stooges – de lijst kan eindeloos doorgaan. Bovendien werd Hyphenated-Man zijn beste soloplaat, die zelfs een stiekeme hommage lijkt aan Double Nickels On The Dime. Iets wat hij ook – zij het tussen de lijnen – bevestigde. Een totaal onvoorbereid gesprek met een hyperactieve spraakwaterval.



“Laat mij beginnen met de vermelding dat ik enorm veel respect heb voor het Antwerpse publiek. Zeker nu ze ook zoveel respect hebben getoond voor mijn opera (Watt zal tijdens het hele gesprek naar zijn platen verwijzen als ‘opera’). Zo stil en in diepe concentratie… Als een muis! Ik fluisterde soms zelfs mijn woorden en jullie hebben me dat laten doen. Nu goed, ik zou het sowieso doen want ik ben helemaal punk. Maar het respect dat ik hier voel is zo oprecht, dat raakt mij.”


Was er misschien niet net iets te veel respect? Mocht er niet wat meer beweging in zitten?


“Liever dit dan een lallend Amerikaans publiek. Daar zitten altijd veel fuckers tussen die in hun dwaasheid niet begrijpen waar deze band om draait. Wanneer ze dan naar onze shows komen en niet helemaal doorhebben waar we voor staan, ontstaat er een soort kortsluiting in hun hoofd die hen herleidt tot premature debielen. Maar het hangt altijd wat van de open mind van het publiek af. Ik zeg op voorhand: deze opera bestaat uit vijfenveertig minuten en dertig hoofdstukjes en dan lachen ze. Achteraf wordt pas duidelijk dat ik dat ook méén (lacht).

Weet je, het vechten voor het publiek, dat zit in mijn bloed. Ik kom uit de oude punk waar bijna iedereen in de zaal al op voorhand een bloedhekel aan je had. Dan komt het er op aan je in het publiek te ploegen, hen helemaal te bewerken en hen het verder helemaal zelf laten uitzoeken of ze het goed vinden of niet. Je weet nooit wat het gaat worden. Zo speelden we onlangs in Glasgow en je weet wat ze van Schotten zeggen (doet een drinkgebaar). Ik zeg het je, vriend: je kon een speld horen vallen. In Liverpool daarentegen… (lacht). Maar dat is dan ook hun keuze, en daar heb ik vrede mee. Ze werken de hele week hard, dan mogen ze tijdens hun avondje plezier helemaal doen wat ze willen.”



Jij werkt toch ook hard?


“Okay, we werken allemaal hard. Maar ik ben gewoon heel erg dankbaar dat de mensen nog steeds de moeite nemen om naar ons te komen luisteren. Mocht er een god zijn, ik zou hem bedanken. Hoe heet jij?”



PJ


“Geloof jij in god, PJ?”



(politiek correctheidsalarm) Ik ben jaloers op mensen die kracht putten uit hun geloof en respecteer ze voor zover hun bedoelingen vreedzaam zijn, maar zelf geloven… nee.


My kinda guy! Ik heb vooral moeite om te geloven dat iemand ons leven zou controleren en dat er een soort script bestaat. Ik bedoel: deze show werd drie dagen geleden geboekt! And these cats from Trix… Weet je wat het was? We hadden een dag vrij en ik dacht: fuck that, als ik in Europa ben wil ik helemaal geen dag vrij!”



De ‘opera’ die je vandaag gespeeld hebt zou gebaseerd zijn op de werken van Jeroen Bosch?


“Op de ‘Tuin der Lusten’ van Bosch. En ik weet dat dat deel uitmaakt van jullie cultureel erfgoed, maar in Amerika zijn er weinig mensen die Bosch kennen. Als kleine jongen bliezen zijn werken me steeds van mijn sokken. Mijn jeugd: dinosaurussen, astronauten en Bosch. Wanneer ik met The Stooges op tour was, stopten we in Madrid en in het Prado-museum daar. And I heard they had some fucking Bosch. Ik zocht en zocht en dan eindelijk: El Bosco! Acht schilderijen! De Tuin der Lusten, De Hooiwagen, Het Drie-koningen-drieluik… Alles! En zonder glas, je kon er aan gaan ruiken. Het was zoveel puurder dan foto’s in een encyclopedie… Een van de mooiste dagen uit mijn leven. Bovendien moest ik bij het zien van die kunstwerken meteen aan D. Boon denken. Op een of andere manier deed het mij allemaal denken aan de manier waarop D. Boon de Minutemen liet opereren: kleine deeltjes tot één fantastisch geheel bewerken. En het is ook voor hem en George Hurley dat ik mijn derde opera moést schrijven. Uit respect deed ik dàt en puur ik niet louter uit mijn Minutemen-verleden. Ik leef vandaag en ik kijk vooruit. Drie mannen, drie mannen van haast middelbare leeftijd, ouwe punkers (schatert het uit). Ik had nooit gedacht dat ik hier zou staan. Kijk naar mij: een 53-jarige punkrocker. Maar ik had beelden nodig om mijn verhaal te vertellen, en meneer Bosch en zijn fantasiewereld hebben mij geholpen. Maar het punt dat ik met mijn opera wil maken is: ik kan van iedereen nog iets leren. Ik ben een student.”



Zelfs van jonge kids als mezelf die naar je shows komen?


“Die nog het meest! Je mag in je hoofd nooit zo oud worden dat je gaat denken dat je alles al gezien hebt. Héél gevaarlijk, want dan wordt je cynisch. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die gaan denken dat alles om geld of macht draait… Dat is slechts een voetnootje van het leven. Het pure in de mens is veel belangrijker. En dat zit nog heel duidelijk in mijn jongere fans en dus slurp ik dat ook als een vampier uit hen op. Ze geven mij energie, ze houden mij jong. En wat me nog helpt: The Stooges! Iggy is sensei! Hij is gewoon de oppermeester en wij zitten allemaal in zijn klas. Niemand heeft mij zo goed geholpen met het bespelen van mijn bas als Iggy, en hij speelt niet eens bas! Hij is een big picture man. He’s not operating the machine, hij ziet het grotere geheel, behoudt het overzicht.  Zoals D. Boon dat ook deed, trouwens.”



Is dat grotere kader waarbinnen vrij gekleurd mag worden ook wat je in jazz aantrok?


“Ik vond jazz heel erg punkrock. Mijn vader was een matroos, een siemann zoals jullie zeggen. En hij liet me naar John Coltrane luisteren. En ik vond Coltrane meteen ook punk, alleen wat oud – ik wist toen nog niet dat hij dood was. Maar die spirit.. Ik heb altijd geweten dat punk geen muziekstijl was maar een state of mind. En dat de stijl van elke band afzonderlijk afhing. En ik had gelijk want op die manier ga je als band nooit overbodig klinken en blijf je fris en jong, omdat het in je hoofd zit. Dat heeft Patty Boon mij geleerd: punk bestond al lang voor het woord werd uitgevonden.. Woody fucking Guthrie!



This Machine Kills Fascists…


“Jij weet waar ik het over heb, man! Iemand zei mij ooit dat het enige nieuwe aan punk was dat jij en ik het nu pas ontdekken. En dat probeer ik dus allemaal met mijn derde opera over te brengen, samen met Raoul en Tom – ik blijf zot van trio’s. Ik en mijn mannen, bestaat er een beter gevoel? Wij met z’n drieën die de hele wereld een oplawaai verkopen.”

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: