Dirty Beaches: "Touren met een reiskoffer" PDF Afdrukken E-mail
Interview
door PJ Symons   
vrijdag 04 november 2011 11:42

Ik heb altijd al eens met oldschool muscle car doorheen de Amerikaanse Southwest willen rijden (en niet alleen om SXSW aan te doen) om de afgeleefde spookdorpen te bezoeken die als minuscule stippen verdeeld zijn over de immense woestijn. Een dor en desolaat stuk aars op de wereld waar een mens weinig meer kan doen dan zichzelf leren kennen. Of het is op z’n minst een mooi punt om je zoektocht te beginnen. En zoals bij het stofzuigen de muziek voorzien wordt door Foxy Shazam, voorzag Dirty Beaches met Badlans de soundtrack van mijn catharsis.

Dirty Beaches

Alex Hungtai, heet ons sujet en hoewel hij zichzelf niet door de woestijn ziet trekken, begrijpt hij perfect hoe ik zijn plaat zie. En hoewel hij pas in Europa tevoorschijn kwam met die in lo-fi, donkere gloom en rockabillyretro plaat Badlands, is de man al sinds 2006 actief.


Hoe komt het dat het zolang geduurd heeft eer je hier kon optreden?

“Het is echt moeilijk voor kleine Amerikaanse artiesten om hier in Europa te komen spelen. Bovendien doe ik alles zelf en dan komt er nog een factor geluk bij kijken. Het was pas dit jaar dat alles een beetje begon te draaien. Ik heb bijvoorbeeld een bookings-agent toegelaten, dat maakt de zaken makkelijker. Voordien stuurde ik zelf mails rond naar mensen om te vragen of ik in hun garage of hun achterhuis mocht komen optreden. Alles DIY.”


Krijg je daar soms commentaar op?

“Weet je, ik heb een split 12” opgenomen met Ela Orleans en laatst was er een kerel aan het mekkeren dat ik er 15 euro voor vroeg. Hij wilde ‘m voor 10 euro en ik zou nog zo stom zijn om de plaat aan die prijs te verkopen ware het niet dat ik zelf maar 50 exemplaren heb. 250 voor de platenfirma, 50 voor mij. Ik kan het mij niet veroorloven daar dan nog eens verlies op te maken ook. Het geld dat de platenfirma er aan verdient daar zie ik niks van omdat ze dat gebruiken om te voldoen aan de productiekost. Maar ik heb blijkbaar iets dat storende factoren aantrekt. Er is altijd wel iemand op mijn shows die zichzelf fan noemt, maar vervolgens alles doet om mij het leven zuur te maken.”


Je bent dan ook een vreemde verschijning op het podium. Nu zit je er heel ontspannen bij, maar je houdt er een intense manier van performen op na. Hoe laad je jezelf dag na dag op om dat te brengen?

“Goh, het moeilijkste is eigenlijk de concentratie behouden. En door die concentratie ontstaat er een intensiteit waarin de toeschouwer het echte niet van het fake kan onderscheiden, en daar draait het om. Bovendien kan je in de performance heel wat frustraties en andere negatieve emoties kwijt.”


Wat is jouw grootste frustratie?

“Het opgroeien als immigrant. Ten eerste ben je niet thuis, je bent niet eens in je thuisland. Het maakt niet uit hoe goed mijn Engels is, hoe ik me kleed of hoe ik me gedraag, er zal altijd iemand zijn die tegen me roept “hey fucking spleetoog, ga terug naar China!”


Is dat je echt overkomen?


“Heel de tijd. En ik ben niet eens Chinees, ik kom uit Taiwan (lacht). Maar dan gaan ze van ‘wie kan dat nu schelen, jullie zien er allemaal hetzelfde uit.’ Terwijl ik je kan verzekeren dat Westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien (lacht). Maar door die frustraties in mijn shows te kanaliseren, lukt het me ook beter om daar in het echte leven mee om te gaan.”


In de Amerikaanse pers – en ik maakte me er ook al schuldig aan – viel de term Evil Asian Elvis al. Stoort dat je dan?

“Storen niet echt, maar ze zouden ook gewoon Evil Elvis kunnen zeggen.”


Ware het niet dat die titel al voor Glenn Danzig is weggelegd.

“Ja goed, hij verdient ‘m ook, maar je begrijpt wat ik bedoel. Alles wat ik doe is Asian. Wat allemaal best is voor mij, maar ze zeggen bijvoorbeeld ook niet Evil White Elvis, zie je?”


Dat Elvis-aspect zit natuurlijk wel in je muziek. Evenals verwijzingen naar Suicide. Hoe zou je je muziek zelf beschrijven?

“Het is zeker en vast muziek voor mensen in beweging. Ongemakkelijke muziek voor mensen die het niet meer gewend zijn om op één plaats te blijven. Ik krijg ook veel mails van fans die me bedanken voor het schrijven van de soundtrack bij hun moeilijke periode. Vaak zijn dat mensen die uit hun vertrouwde omgeving zijn weggerukt.”


Het is ook echt perfecte muziek voor een nachtelijke autorit.

“Absoluut, de weidsheid van de autosnelweg, donker, regen, niemand om je heen…”


Voelt op tour zijn natuurlijker voor je aan dan thuiszitten?

“Ik hou er wel van thuis te zijn, alleen heeft thuis een heel andere betekenis dan gebruikelijk. Voor mij is thuis weinig meer dan het bed van mijn vriendin, dat kan overal ter wereld zijn.”


Is de Alex op het podium iemand anders dan degene die hier voor mij zit? De slechtste versie van jezelf misschien?

“Nee, dat denk ik niet. Er zijn zoveel kleine kantjes in een mens die we niet aan anderen laten zien, maar die zitten er wel in. Stel je voor dat iemand onbekend je uitlacht: er ontstaat meteen een oergevoel om je te verdedigen en misschien zelfs zijn bakkes te herschikken. Maar dat gevoel laait niet op wanneer het bijvoorbeeld je ouders zijn die je tijdens een etentje door het slijk halen. En op het podium mag dat allemaal naar buiten komen. Het is een beetje mijn spiegelbeeld op podium: ik ben het zelf, maar helemaal echt is het niet.”


Je gebruikt muziek als uitlaatklep voor frustraties die anders hun uitweg niet zou vinden, maar kan oprechte woede ook niet erg productief werken?

“Zeker, vandaar dat ik ook begonnen ben aan een nieuwe plaat met twee muzikanten. Ik wil bij het opnemen eens goed kwaad kunnen worden. Uitvliegen tegen jezelf is nogal moeilijk. Maar nogmaals: momenteel is het allemaal nog wat te duur om met meer dan 2 op tour te gaan.”


Het zou je wel van wat gepruts verlossen. Er speelt duidelijk een spanning omdat je niet tegelijk kan zingen en gitaarspelen.

“Die spanning maakt ook deel uit van het geheel. Mijn set up is zo basic.. Die is zelfs niet veranderd sinds 2006. Het is een heel economische set up die mij toelaat om helemaal alleen te touren. Ik kan per bus of trein rondtrekken. Alles past in één koffer en ik kan altijd wel ergens een gitaar of een versterker lenen. En ik ben er ook fier op dat ik al heb bewezen dat ik met dat simpel basismateriaal zowel in een kelder voor drie man kan spelen als voor 10.000 mensen op een festivals – wat ik overigens in Frankrijk gedaan heb. Je moet gewoon elk aspect van je materiaal benutten en dan is alles mogelijk.”


Heel erg hardcore. En charmant, hoewel je moet oppassen dat je geen gimmick wordt. Zo van: die kerel die alleen met een reiskoffer op tour trekt.


(lacht) Ik zou het niet erg vinden om die kerel te zijn.”


Iets wat ik in élk interview met je gelezen heb is de link met Twin Peaks en David Lynch.

“Eigenlijk maakt mij dat weinig uit en vooral omdat het er uiteindelijk toe heeft geleid dat David Lynch mij ondertussen kent! Een week geleden kregen we een mail van zijn assistent die ons uitnodigde om te komen spelen op een door hem gecurreerde week in de Parijse club Silentio. Het probleem was dat we die dag al een optreden hadden maar… We speelden het optreden, sprongen als gekken de trein op, taxi in en zonder soundcheck gewoon het podium op.”


En het was het beste optreden dat je ooit gespeeld hebt…?


“Het was vooral een heel erg weird optreden. Maar Lynch kwam ons op het einde bedanken om te komen spelen en hij ging van (zet een puike Lynch-imitatie neer) “that was great baby!”.”


Misschien vraagt hij je wel voor een soundtrack? Of wil hij een plaat met je opnemen..


“Dat zou héél erg cool zijn, maar ik wil het vel nog niet verkopen voor de beer geschoten is. Laten we het er op houden dat ik al heel erg tevreden ben.”


Lynch heeft allicht interesse in de ambient kant van je werk maar het was vooral het rockabilly-aspect waarvoor je hier bejubeld werd. Zie je jezelf als een nostalgisch persoon?


“Niet echt. Deze plaat was vooral voor mijn vader. Mijn stuff van voor Badlands heeft geen enkele band met die rockabilly sound. Mijn natuurlijke sound bestaat uit weinig meer dan drummachines en die ambient.”


Wat vindt je vader van Badlands?


“Hij vindt het ok.”


Gewoon ok?

“Wel, het heeft er voor gezorgd dat hij het met mij eens is dat ik nu muziek maak. Alles wat ik voor Badlands maakte ziet hij niet als muziek.”


Begreep hij het tribute-gehalte van de plaat?

“Dat is hij te weten gekomen door mijn moeder, ik zou hem er zelf niet op durven wijzen. Op de True Blue 7” stond er ook een foto van mijn ouders en hij heeft nooit aan mij gezegd dat hij trots was, maar volgens mijn moeder had hij tranen in zijn ogen. En voor mij is dat genoeg, hij hoeft mij dat niet persoonlijk te melden. Hij maakt deel uit van een generatie mannen die verondersteld werden hun gevoelens niet te tonen.”


Je schijnt een bloedhekel te hebben aan de luiheid van deze generatie.

“Vooral mensen die veel klagen. Mensen die klagen over het internet bijvoorbeeld. Het internet is een instrument om je als band vooruit te helpen. Mensen klagen over het feit dat ik veel reclame maak voor bevriende bands. De reden is heel simpel: ik ben me er erg van bewust dat de hype die aan mij opgehangen wordt niet eeuwig zal duren, dan kan ik er maar beter gebruik van maken om ook mijn vrienden te helpen. Share the hype! Een vriend van mij zei me dat dat iets erg Aziatisch is om te doen: niets verspillen. Tijdens mijn opvoeding werd er altijd op gehamerd dat voedsel niet verspild mocht worden, en nu wil ik de hype niet verspillen (lacht).”


Gezien de shitload aan interviews met jou op het internet staan, lijk je me allesbehalve een lui persoon.

“Meestal doe ik graag interviews, als de interviewer een oprecht iemand is. Als ze gaan van (doet een Frans accent) What’s up Dirty Beaches, what’s your favorite colour? Daar krijg ik formeel diarree van.”


Wat is je favoriete kleur?

(lacht) Een luipaardmotiefje met tinten roze.”


Luipaardmotiefjes, naadloos over naar mijn volgende vraag: hoe kom je in godsnaam bij een sample van Françoise Hardy?

“Dat is ook erg Europese muziek, waar ik normaal gezien nooit aan zou zijn geraakt, ware het niet dat Wu Tang Clan ergens een pianosample van een nummer van Hardy gebruikt. Ik ben daar naar op zoek gegaan, heb die gevonden, ben vervolgens verder gaan graven en kwam dan onder andere nog uit bij Johnny Hallyday. Ik kende eerst Johnny Hallyday en pas dan Elvis, kun je je inbeelden. Ik bedoel, ik kende Elvis wel via de muziek van mijn vader, maar zoals alle kinderen dat doen heb ik me lang zo ver mogelijk weg van zijn smaak bewogen. Via Hallyday heb ik ook een fetisj voor Elvis-wannabes ontwikkeld: Brian Ferry in Engeland, Adriano Celentano in Italië… En Françoise Hardy moet een van de geilste wijven ter wereld zijn. Man, wat een vrouw!”

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: