5de nacht van de poëzie (deel 2) PDF Afdrukken E-mail
door Stijn Theus   
donderdag 07 april 2011 08:19

De 5de Nacht van de Poëzie werd dit jaar opgedragen aan dichter, schrijver en levenskunstenaar Simon Vinkenoog. Met deze man in het achterhoofd en een stuk karton die de deuren opengooide, verwachte Cultus onbewust een orgie van woorden, muziek en drugs die de geest van vervlogen tijden zou doen herleven. Tijd was geen constante meer maar het geluk was met ons: Siska heeft de gemiste woorden opgezogen en vorm gegeven in het eerste deel van de recensie.

 


 
Ruimschoots te laat maar niet minder in de sfeer, zweefden we op de juiste vibes de Vooruit binnen, net op tijd voor de laatste woorden van Michael Horovitz. De gevoelige troubadour en laatste link met de beatnik generatie vervulde de vooropgestelde verwachtingen ruimschoots. Met zijn laatste voordracht 'A Footnote To Howl' katapulteerde de man ons naar het verleden en zei Ginsberg even gedag door de mond van Horovitz. Een eer deze eregast nog te mogen meemaken.


 
Blijkbaar kwamen we geen minuut te vroeg. Van de legende die de nacht van de poëzie in het verleden heeft gecreëerd, was voor middernacht niets te merken. De seks, drugs en provocatie van weleer zou pas vorm krijgen in de vroege uren. Het jonge publiek werd echter amper geshockeerd door de naaktheid van anarchist/poëet Théophile de Giraud. Hij zette zijn manifest voor meer seks op openbare plaatsen op het podium kracht bij door zich uit te kleden voor het publiek, met zijn blote piemel een glimlach toverend op de jonge toeschouwers. Even later voegde de man de daad (bijna) bij het woord en rolde in een innige omhelzing voor het podium over de grond met twee gewillige jonge deernen.


 
De jonge bard Wouter Buyst, beter bekend als Equinox the Peacekeeper besteeg als entr'acte het podium in alle bescheidenheid. Hij betoverde iedereen met zijn songs en teksten, begeleid door z'n breekbaar gitaargetokkel en Dylan-esque mondharmonica . 'I'm going Home' bleef na zinderen en het publiek eiste een bisnummer. Zonder resultaat, elke act kreeg door het strakke schema maar enkele minuten om zijn ding te doen. De Buren noemde hem op voorhand al 'de ontdekking van de Nacht' , wij kunnen dat enkel beamen.


 
De acid stuurde het tijdschema van de avond danig in de war, maar woorden zijn tijdloos en door geen schema te vangen. Christof Vekeman raakte zichtbaar je ziel met z'n cynisme en nihilisme, overduidelijk een product van zijn tijd. Ook Stijn Vranken wist de juiste snaren te raken en droeg als één van de weinigen zijn gedichten voor uit z'n hoofd. Eindelijk een klapper die geen papier nodig had om zijn woorden over het publiek uit te strooien.


 
Lies Van Gasse verraste op haar beurt met een nieuw soort genre waar ik nooit eerder van had gehoord: de graphic poem. Woorden kregen een nieuwe visuele dimensie terwijl de beelden voor je ogen werden gecreëerd als levende visuals.


 
En laat het nu net zijn dat ik de enige man die Simon Vinkenoog even voor mijn ogen deed verschijnen niet meer bij naam kan noemen. Hij besteeg als een ware artiest het podium en spuwde zijn woorden en klanken uit met veel bravoure. Net een Simon Vinkenoog die in een donker café woorden uit zich laat stromen alsof hij ze met grote druk had opgehouden. Druk gesticulerend en met ware doodsverachting wierp hij zich in de woordenstrijd en deed de nooit vergeten Hollandse dichter even herleven.


 
Dichterlijke afsluiter van de nacht was NoN, een jonge veelbelovende woordenaar die met zijn lange, hypnotiserende gedicht een versplinterde generatie opnieuw vorm gaf en de wereld liet zien zoals ze is.


 
Wie lang genoeg bleef wachten of zijn roes had uitgeslapen op de planken van de Vooruit, kon eindelijk genieten van Simon's echte woorden, tijdloos opgenomen op band en bijgestaan door de klanken van Spinvis. Een perfecte afsluiter van de 5de Nacht van de Poëzie. "En als ik high ben lach ik… Haha!"

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer literatuur