Waarom de show van CeDell Davis op 6 juni in Trix het allerlaatste échte bluesconcert in België ooit zal worden PDF Afdrukken E-mail
Artikel
door Pieter-Jan Symons   
zaterdag 25 mei 2013 04:15

"If you don't know the blues... there's no point in picking up the guitar and playing rock and roll or any other form of popular music," zei Keith Richards. Hoewel zelfs Robert Johnson, Ishman Bracey, Charley Patton en Son House ergens de mosterd vandaan haalden, kan je zeggen dat de blues het fundament legde voor zowat àlle muziek die na 1920 gemaakt werd. De blues had een baby en die heette rock’n’roll, al kan je net zo goed de roots van de popmuziek, jazz, soul, funk en zelfs alle Daft Punks, Boards of Canada's en Tyler, The Creator terugkoppelen naar de deal die Robert Johnson met de duivel sloot. Ondanks het in de spotlights stappen van die vele (achter-) (klein-) kinderen van de blues, heeft het genre zelf nooit opgehouden met bestaan en zorgde Fat Possum Records in de jaren ’90 voor een soort renaissance. Sinds kort staat de blues echter geparkeerd op de afdeling palliatieve zorgen. Van de oude hardcore échte bluesmannen blijven er slechts drie over: T-Model Ford, Robert Belfour en CeDell Davis. Robert Belfour werkt momenteel nog aan een plaat (maar is met z’n 72 jaar eigenlijk nog een jonkie) maar de dagen van de andere twee zijn geteld. T-Model Ford haalt allicht het einde van de zomer niet, mààr CeDell Davis komt op 6 juni nog wel even langs Trix. Verplichte kost, aangezien het steeds zekerder wordt dat die show het allerlaatste échte bluesconcert in België ooit zal worden.

CeDell Davis Trix




Allen kevendrager: Abner Jay in ’93. Asie Payton in ’97. Junior Kimbrough in ’98. King Ernest Baker in ’00. Charles Caldwell in ’03. R.L. Burnside in ’05. En allicht: T-Model Ford in ’13. Om nog maar te zwijgen van lieden als Honeyboy Edwards (’11), Jim Dickinson (’09) en Pinetop Perkins (’11). Al behoren die drie laatsten tot een geheel andere categorie, nl. de categorie van bluesmuzikanten die wel degelijk wat profijt uit hun carrière konden halen en dus in nagelnieuwe kostuums hun Blues Hall Of Fame-awards in ontvangst kwamen nemen. B.B. King behoort ook tot die categorie: beresterke gitarist (hoewel iets te gelikt en iets te klassiek 12-Bar naar mijn persoonlijke smaak), ontegensprekelijke invloed op de muziekgeschiedenis en levende legende, mààr een novelty act die door het opkuisen van zijn sound het pad effende voor knakkers als Robert Cray en Joe Bonamassa, het soort gladjakkers die het zwaartepunt van de blues van diep gewortelde gevoelens naar feilloze techniek verplaatsten. Nee, die échte bluesmannen waar ik het over heb werden zelfs nauwelijks erkend door instituten als zo’n Blues Hall Of Fame. Hun stijl zou barbaars en primitief zijn, hun narratief te ordinair, te vulgair bijna. In tegenstelling tot de elegante schouwburgen en de elitaire jazzfestivals die B.B. King afschuimt, waren heren als bijvoorbeeld R.L. Burnside, Junior Kimbrough en T-Model Ford veroordeeld tot één simpele barkruk in een of andere groezelige juke joint waarvan de vloer besmeurd is met verse en vettige Mississippi-drek. En dat vonden die heren nauwelijks erg want ze wisten heel goed dat zij, en alleen zij, de allerlaatste vertegenwoordigers én bewakers waren van die betaversie van de blues. Hoe droevig dat hen ook stemde en hoe strijdvaardig ze het tij ook probeerden te keren, ze waren er zich van bewust dat die onversneden, pure blues samen met hen zou uitsterven.

 


Tot de twee muziekjournalisten Matthew Johnson en Peter Redvers-Lee in 1992 het labeltje Fat Possum Records oprichtten. In eerste instantie om vanuit een liefde voor die straight assed blues verloren gewaande platen als reissue uit te brengen, maar al snel ontdekten ze dat ze mits slechts enkele kleine retouches die rauwe blues een hedendaagse feel konden geven. Iggy Pop en The Black Keys uitten zich als onvoorwaardelijke fans van Junior Kimbrough en brachten zijn werk onder de aandacht met de plaat Sunday Nights: The Songs Of Junior Kimbrough waarop onder meer Mark Lanegan, Spiritualized, Cat Power en Iggy en The Black Keys zelf Kimbrough’s songs coverden. Fat Possum experimenteerde ook met bluessongs op een soort technobeat (zoals dit), maar echt scoren deden ze eerst met de verscheidene samenwerkingen tussen R.L. Burnside en Jon Spencer (al dan niet met zijn Blues Explosion), door Peter Buck van R.E.M., Mark Eitzel en Barrett Martin van The Screaming Trees op hun vraag een plaat te laten opnemen met CeDell Davis of door oude rot Elmo Williams aan de jonge en bronstige drummer Hezekiah Early te koppelen. Zonder aan de kern te raken (zoals bv B.B. King, John Lee Hooker en Buddy Guy dat wél deden) maakte Fat Possum de blues verstaanbaar en sexy voor een geheel nieuwe generatie. De blues leek klaar voor een tweede leven… tot men inzag dat die oervaders des blues dan toch niet onsterfelijk waren en het wachten op opvolging tevergeefs bleek te zijn. 



Ja, je had The Black Keys, de Blues Explosion van Jon Spencer, Otis Taylor, Corey Harris, Jack White, Seasick Steve, en ook The North Mississippi All-Stars aka Luther en Cody Dickinson (de zonen van de late great Jim Dickinson) en Duwayne Burnside (een van de tientallen zonen van R.L.) die met de nodige eerbied het repertoire van de Hill Country levende houden. Maar hoe onversaagd en moedig ze de blues ook verspreiden en representeren, ze komen niet eens in de buurt van de authenticiteit en de geblutste gevoeligheid die de stamvaders haast moeiteloos in hun werk legden. "The blues is losing someone you love and not having enough money to immerse yourself in drink," zei de immer eloquente Henry Rollins over het genre. Kimbrough, Burnside en de rest hoefden die blues niet te veinzen want ze wisten exact hoe het voelt om niet eens genoeg geld te hebben om je verdriet te verdrinken. Het staat vast dat onze ‘moderne’ bluesmannen – The Black Keys en Jack White voorop – iéts missen, iets wat T-Model Ford nog steeds in overvloed heeft. Ligt dat aan een gebrek aan miserie, tegenslag en rottigheid? Velen zijn overtuigd van wel, al blijft het een non-discussie.



Generatie Nu houdt ons aardig bezig en doet in the bigger picture vooral dienst als een soort trigger om mensen nieuwsgierig naar de blues te maken. Toch blijven ze een afkooksel van the real thing. Dat maakt het des te belangrijker dat we de laatst overblijvende echte blueshelden met de grootste voorzichtigheid koesteren. Idealiter motiveren we hen om nog zoveel mogelijk opnames op deze wereld achter te laten (R.L. Burnside zorgde voor 8 releases tijdens zijn laatste 8 jaar). Concerten mogen we eigenlijk niet meer van hen verwachten maar als ze zelf nog willen komen zou onze blijdschap geen maat mogen kennen. De dag waarop T-Model Ford in 2007 moederziel alleen een dijk van een concert speelde in de Crossroads in Antwerpen zorgde voor een van de mooiste mijlpalen in mijn leven. En ik ben er zeker van dat CeDell Davis op 6 juni in Trix voor een minstens zo legendarische avond zal zorgen.

 

CeDell Davis Trix

 

Van al die idiosyncratische bluesmannen – bonken van mannen die moonshine drinken, getormenteerd huilen terwijl ze robuuste riffs uit een halfslachtige en overstemde gitaar kloppen en ervan overtuigd zijn dat het label hen op een of andere manier belazert, net zoals alle blanken dat doen -  die Fat Possum in z’n stal heeft staan, is deze CeDell Davis toch een van de meest aparte. Op 9-jarige leeftijd werd hij gevloerd door een hardnekkige en gemene vorm van polio die plaatselijke chronische verlamming tot gevolg had. Niet veel later sloeg het noodlot nog een tweede keer toe wanneer een van een politie-inval vluchtende massa de juke joint uitstormde en de botten van zijn beenderen daarbij verbrijzeld werden – Davis zou voor de rest van zijn leven tot de rolstoel veroordeeld zijn.

De Arkansas bluesman bleek born for hard luck want ook zijn handen werden door de polio tot misvormingen geforceerd. Toch wist de vastberaden Davis uit die laatste handicap al snel profijt te slaan door zijn stijl op die verminking te ijken: in zijn rechterhand knelt hij een roestig botermes dat als slide over de fretten glijdt terwijl de klauwachtige vingers van zijn linkerhand de noten plukken. Hij houdt ook vast aan zijn eigen manier van gitaren stemmen (zijn tuning wordt door anderen als ‘vals’ omschreven).

Net zoals zijn jeugdvrienden Robert Nighthawk en Dr. Ross beheerst rollin’ CeDell perfect de bezwerende cadans van de klassieke hardcore 12 maten blues en de door Son House vertolkte one-chord blues. Zo is het dus de tonaliteit die zijn sound in die mate lekker van de pot gerukt alsook hard en scheef doet klinken. Davis’ sound zou in de hedendaagse alternatieve rockscene vast en zeker op meeval kunnen rekenen omdat het jengelen van zijn gitaar klinkt alsof het door een aan en uit knipperend web van effectpedalen naar een op dissonantie geilende versterker wordt gestuurd – u dacht dat Thurston Moore en Aaron Dilloway pioniers waren? CeDell Davis was hen dertig jaar voor, en dan nog met weinig meer dan een crappy gitaar en een stuk bestek! Bovenop die gitaarsound komt er ook nog bij dat Davis zijn stem (meer dan 60 jaar gerijpt in de rook, de alcohol, het zweet en de smerigheid van de juke joints) bijna als een sonische ejaculatie in dat knotsgekke en geschift klinkende snarengeweld spuit waardoor zelfs zijn meest subtiele gemompel gaat klinken als een diep, resonerend en razend gebrul dat de microfoon aan stukken scheurt.

CeDell Davis is niks minder dan een oppermachtige force of nature, zelfs op 85-jarige leeftijd.    

 

Wie dit uit vrije wil mist toont een gebrek aan respect voor alle pure muziek die ooit gemaakt werd. Blues-fanaten (de goeie, het soort dat zich niét autistisch beperkt tot 12 maten) weten dat dit een belangrijke avond wordt. Zij die de blues nog niet zo genegen zijn zullen zichzelf later, wanneer ze de blues wél verstaan, vervloeken dat ze ooit een unieke kans als deze aan zich voorbij lieten gaan. Of zoals hij het zelf zegt: "When ya see CeDell, y'all knows he comes to do tha thing right. And that's what I'll do."

 

CeDell Davis, op 6 juni in Trix. Tot dan?

Tickets kan u hier kopen.

 

Meer Blues? Luister elke zondagochtend tussen 10u en 12u naar Woke Up This Morning op Radio Centraal (106.7FM in 't Stad of http://streaming.radiocentraal.org ) 

 

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: