“Babar zit vol levensvreugde en humor”: Transparant verzoent klassieke muziek met theater PDF Afdrukken E-mail
door Joke Hoeven en Jeroen van Alsenoy   
donderdag 12 februari 2009 17:09

Vorig jaar kreeg pianiste Claire Chevallier acteur Josse De Pauw zo in vervoering voor de muziek van het oude kinderboek ‘Histoire de Babar’, dat ze prompt besloten er iets mee te doen.

Benoît Van Innis vervolledigde het trio en maakt tekeningen bij de muziek. ‘Histoire de Babar’, geschreven door Jean de Brunhoff en op muziek gezet door Francis Poulenc, wordt gecombineerd met ‘Le Fils des Etoiles’ van Erik Satie. Claire Chevallier legt uit hoe die eigenzinnige combinatie tot stand kwam.

Chevallier: In het theater is het al langer gebruikelijk dat muziek het spel ondersteunt, maar in de klassieke wereld is het een vrij nieuw gegeven. Ook bij onze uitvoering blijft muziek de hoofdmoot, maar ze wordt ingekleurd door het spel van Josse en de tekeningen van Benoît.
Het stuk leent zich perfect voor zo’n experiment omdat ook Poulenc zich liet inspireren op tekst en tekeningen.

Waarom koos u ervoor twee stukken op te voeren?

 


Ik wilde een spanningsboog creëren. ‘Le Fils des Etoiles’, het stuk van Satie is heel introspectief. Babar barst dan weer van de levensvreugde en de humor. Dat contrast zorgt voor een interessant conflict. We konden van Satie een frivoler stuk nemen, maar dan hadden we naar mijn mening de Franse cultuur iets te eenzijdig belicht.


Zowel de tekst, beide muziekstukken en zelfs je piano stammen uit het begin van de vorige eeuw. Was dat belangrijk voor jou?


Toch wel. Poulenc was een generatie jonger dan Satie, maar ze kenden elkaar goed. Ze komen uit dezelfde artistieke scène van die tijd. Ik speel de stukken op een Erard piano uit 1905, die een bepaalde klank heeft. Voor mij gaat het vooral om een klankwereld die moet kloppen. Ik wil de Parijse sfeer uit die tijd weergeven op het podium.

Josse de Pauw brengt de originele Franse versie van het boek. Is daar een bepaalde reden voor?

De muziek die Poulenc componeerde, sluit heel nauw aan bij de Franse tekst. Als je de tekst vertaalt kloppen het ritme en de compositie niet meer. De timing tussen mij en Josse is een heel belangrijk gegeven. Bovendien is Frans een heel suggestieve taal. Je kan met heel weinig woorden heel veel zeggen.

Hoe kwam je bij Josse de Pauw en Benoît Van Innis terecht?


Bij Josse ging het me eigenlijk meer om de stem dan om de acteur. Als ik Babar speelde, hoorde ik in mijn hoofd de stem van Josse erbij. Weer die klankwereld dus (lacht). Josse wist dat ik nog op zoek was naar beelden en stelde voor Benoît die te laten maken. Hij is een van de weinige tekenaars die goed muziek in beeld kunnen omzetten. De tekeningen van Benoît zorgen voor de rode draad doorheen de twee stukken.

Benoît Van Innis laat zich ter plekke  inspireren. Gaat de spontaniteit na een aantal opvoeringen niet wat verloren?


Misschien wel, maar daarvoor komt heel wat anders in de plaats. Na elke uitvoering die we spelen, wordt de structuur in de tekeningen van Benoît duidelijker. Hij durft ook steeds meer risico’s te nemen. Het is een heel interessant proces dat pas echt helemaal tot bloei zal komen als we het stuk nog meer spelen.

Zijn jullie dat van plan?


Zeker. We hebben jammer genoeg alle drie een heel drukke agenda. Het is dus niet zo evident om een tijd met z’n drieën op tournee te gaan. We spelen het stuk op heel verspreide data. Maar dat houdt natuurlijk weer net de spanning erin (lacht).

Dit interview werd oorspronkelijk afgenomen voor de Antwerpse Kleppers festivalkrant en blog. 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer podium: