MartHa!tentatief gaat SOLO: “Een universeel verhaal over een individueel beest” PDF Afdrukken E-mail
door Wim Van Acoleyen en Jan Slaets   
donderdag 12 februari 2009 17:13

MartHa!tentatief is een collectief van gelijkgezinde licht gestoorde theatergeesten. Opgericht in 1996, specialiseren ze zich vooral in theater op locatie. Hun vorige voorstelling, De Stormdraak, toert nog steeds langs verschillende Vlaamse markten, waar ze een stofzuiger proberen te verkopen.

Nu staan ze met ‘SOLO over het grote dierenbos in het jaar nul van de Vlaamse onafhankelijkheid’ in de Bourla. “Een onmogelijke titel, ik moet er zelf altijd heel goed over nadenken”, lacht schrijver en hoofdpersonage Bart Van Nuffelen.

 


“De titel zegt alles. Het is een solo: Ik vertel over het grote dierenbos. Het is een verhaal over de realiteit, verteld in de vorm van een dierenfabel. Het jaar nul van de Vlaamse onafhankelijkheid is 2007: het stuk begint met het nepjournaal Bye Bye Belgium,waarin de RTBF de Vlaamse onafhankelijkheid uitriep. De actualiteit van dat jaar is het decor waartegen het verhaal zich afspeelt. Het verhaal zoomt in op het leven van één iemand, ik zelf, in een stad. Ik kreeg af te rekenen met een artistieke crisis. Ik wist niet of ik nog wel verder toneel wilde maken, en werd tegelijkertijd geconfronteerd met een toevallige opeenvolging van belangrijke sterfgevallen en andere ongelukken. Ik voelde aan dat er een stuk over gemaakt moest worden.  “

Je hebt tien jaar enkel geschreven en geregisseerd. Wilde je terug op de planken staan omdat het stuk zo persoonlijk is?
 
Het is zeer duidelijk dat ik geen acteur ben, acteur zijn is een zeer aparte kunst. Ik ben er wel van overtuigd dat mensen die hun verhaal willen vertellen, dat zeer goed kunnen. We hebben er bewust voor gekozen om de tekst niet door een goede acteur te laten spelen. Ik wil het publiek een verhaal vertellen dat ik persoonlijk heb meegemaakt. Je voelt dat op de scène, het is de insteek van dit stuk. 

Heel het gezelschap staat bij ‘SOLO’ op het podium. Waarom?

Toen ik tien jaar geleden acteerde, was ik zo slecht dat het op een bepaalde manier rock ‘n roll werd. (lacht) Ik werd uitgenodigd op alternatieve festivals omdat het zeer interessant was om ‘ne gast’ te zien die niet kan vertellen, maar wel degelijk zijn verhaal kwijt wil. Dat wou ik deze keer vermijden: het mocht geen freakshow worden. Er zijn dus twee belangrijke technieken die we gebruiken.
Eén: het is een monoloog, maar het grote dierenbos wordt levend gemaakt door de rest van het gezelschap. Ze zijn verkleed in de meest prachtige dieren: een paard met een gigantisch kartonnen hoofd, een vis in een bad die scheten laat, een kikker met een reusachtige kop met ronddraaiende ogen, enzovoorts. Onze baas speelt het schurftig sekskonijntje, een playboybunny die heel de tijd zit te krabben.

Het stuk gaat tegen alle regels in. Bij een normale monoloog ligt de focus op de speler, maar in dit geval was het belangrijk om een pittig verhaal tegenover een lichte omgeving te plaatsen.
De tweede ingreep is dat het stuk wordt begeleid door acht of negen voice-overs. Dat zijn allemaal heel goede acteurs met een prachtige stem, die in de loop van het stuk het verhaal van mij overnemen en vertellen wat er aan het gebeuren is. 

Jullie spelen meestal op locatie, en nu dus in de Bourla. Is dat niet vreemd?

Het stuk is gemaakt in een loods in Mortsel, waar je de wolken damp uit onze mond zag komen, net zoals bij echte dieren. Dat was fantastisch. Dat kan natuurlijk niet in de Bourla. Het is fantastisch om SOLO uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen en te placeren in een instituut der kunsten. Het krijgt een ander, lichter karakter. De extreme vrijbuiterij verdwijnt, maar we kunnen ons nu beter focussen op het stuk. We hebben al een aantal keer meegemaakt dat stukken die je normaal op locatie speelt in een theaterzaal heel boeiend worden. Het is interessant om de kenners, de reguliere theatergangers die wij niet bereiken, bij ons te krijgen en te laten zien wat voor onwaarschijnlijk goede stukken wij maken. 

MartHa!tentatief gebruikt meestal een mengvorm van dialect, tussentaal en archaïsche taal. Waarom?


Ons taalgebruik is zeker niet dialectisch. Het is voor mij gewoon een heel menselijke taal, een heel rijke taal. Je zou het een kunsttaal kunnen noemen, een taal die an sich niemand spreekt maar waar iedereen wel zijn ding in vindt. 

Even kort: waarom moeten het publiek naar ‘SOLO’ komen kijken?


Om te beginnen: je hebt nog nooit zo’n fantastisch dierenbos op de scène gezien. Deze vertelling bewijst dat een persoonlijke voorstelling een spiegel kan worden waarin iedereen zich herkent, als je er maar radicaal op inzoomt. In het stuk komt ook ‘nonkel Otter’ voor: gebaseerd op een echte persoon, die het publiek natuurlijk niet kent. Maar iedereen kent wel iemand als ‘nonkel Otter’. Het is een heel universeel verhaal, verteld door een heel individueel beest. Dat is misschien wel de beste samenvatting.

Dit interview werd oorspronkelijk afgenomen voor de Antwerpse Kleppers festivalkrant en blog. 

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer podium: